CBb (rolnr. AWB 12/42310: Pensioenfonds, Beleggingsbeleid moet in overeenstemming zijn met prudent-person regel (art. 135 PW), Invulling norm door pensioenfondsen, Terughoudende toetsing door toezichthouder DNB)

Authors
Publication date 2013
Journal Jurisprudentie Onderneming & Recht
Article number 312
Volume | Issue number 2013 | 11
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Institute for Advanced Labour Studies (AIAS)
Abstract
Met betrekking tot de eerste beroepsgrond van DNB, inhoudende dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het in eerste instantie aan het pensioenfonds is om de prudent-person regel uit te leggen en aan de toezichthouder om te controleren of de open norm van art. 135 PW op een goede wijze is ingevuld, overweegt het College als volgt.
In art. 135 lid 1 PW wordt een open norm - de prudent-person regel - gehanteerd, die is gericht tot de pensioenfondsen. Ook de nadere invulling van deze open norm in art. 13 FTK is gericht tot de pensioenfondsen. Blijkens de formulering van deze bepalingen strekken zij ertoe grenzen te stellen aan de vrijheid van pensioenfondsen om een beleggingsbeleid te voeren. In art. 171 lid 1 PW is DNB de bevoegdheid gegeven om, indien een pensioenuitvoerder niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, deze door middel van het geven van een aanwijzing te verplichten een bepaalde gedragslijn te volgen.
Uit de in het vorenstaande besloten liggende systematiek volgt naar het oordeel van het College dat het in eerste instantie aan het pensioenfonds is om de prudent-person regel uit te leggen en zijn beleggingsbeleid daarop af te stemmen. Het is vervolgens aan DNB als toezichthouder om te toetsen of het pensioenfonds dit op juiste wijze heeft gedaan en of het pensioenfonds aldus aan de tot hem gerichte open norm heeft voldaan. Bij deze toets zal DNB in aanmerking moeten nemen dat het gegeven dat het hier gaat om een tot de pensioenfondsen gerichte open norm met zich brengt dat de pensioenfondsen een zekere ruimte hebben om hun beleggingsbeleid zo in te richten dat aan de norm wordt voldaan. Het is niet zozeer DNB die hier ruimte heeft om te beoordelen of aan genoemde regel wordt voldaan, maar veeleer het pensioenfonds dat ruimte toekomt bij de inrichting van het beleggingsbeleid, welke ruimte als gezegd beperkt wordt door de prudent-person regel. Van een door de rechter te verrichten marginale toetsing van het standpunt van DNB aangaande de toepassing van de prudent-person regel is derhalve geen sprake. De eerste beroepsgrond van DNB slaagt dan ook niet.
Het College bevestigt de aangevallen uitspraak.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JOR/2013/312
Permalink to this page
Back