NJ 2016/373
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2016 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Article number | 373 |
| Volume | Issue number | 2016 | 38 |
| Pages (from-to) | 4993-5012 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die voortzetting vormt van arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd; opzegging werkgever vereist o.g.v. art. 7:667 lid 4 BW indien werknemer heeft opgezegd?; ‘Ragetlieregel’ (HR 4 april 1986, NJ 1987/678, m.nt. J.C. Schultz); ontslagbescherming werknemer.
Art. 7:667 lid 4 BW — dat op de regel dat een arbeidsovereenkomst eindigt wanneer de tijd is verstreken waarvoor zij is aangegaan, een uitzondering maakt indien sprake is van een arbeidsovereenkomst die een voortzetting vormt van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ‘die anders dan door rechtsgeldige opzegging of ontbinding door de rechter is geëindigd’ — is ingevoerd als onderdeel van de Wet Flexibiliteit en zekerheid en betreft een codificatie van de zogenoemde Ragetlie-regel, die wordt afgeleid uit de beslissing in HR 4 april 1986, NJ 1987/678 (Ragetlie/SLM), m.nt. J.C. Schultz. Het strookt met de ratio van deze bepaling om onder ‘rechtsgeldige opzegging’ in deze bepaling niet te verstaan een opzegging door de werknemer. Bij die opzegging vindt immers geen toetsing van het ontslag plaats door (thans) het UWV in het kader van de verlening van een ontslagvergunning, dan wel door de rechter, in het kader van een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Gezien de bescherming van de werknemer die door de wetgever met het artikellid is beoogd, bestaat ook geen goede grond om onderscheid te maken tussen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op grond van wederzijds goedvinden — ten aanzien waarvan vaststaat dat de wetgever de eis van opzegging heeft willen handhaven — en die door opzegging door de werknemer. In beide gevallen berust de beëindiging immers (mede) op een daarop gerichte verklaring of gedraging van de werknemer, die meebrengt dat deze (bij die beëindiging) de ontslagbescherming mist waarop hij bij andere beëindigingswijzen aanspraak kan maken, terwijl het verschil tussen beide beëindigingswijzen feitelijk bovendien zeer gering kan zijn. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CC51FA&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Permalink to this page | |