EHRC 2016/46
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2016 |
| Journal | EHRC. European Human Right Cases |
| Case Number | ['21459/14'] |
| Article number | 46 |
| Volume | Issue number | 17 | 2 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Klagers zijn Iraanse asielzoekers die via Italië zijn doorgereisd. Nederland wil hen overdragen aan Italië, maar zij voeren aan dat de omstandigheden daar een strijd opleveren met art. 3 EVRM en dat in geval van overdracht één van hen zich zal suïcideren.
Het EHRM herhaalt dat de huidige situatie in Italië niet kan worden vergeleken met die in Griekenland zoals beoordeeld in M.S.S., en dat de structuur en algehele situatie van de opvang in Italië niet in algemene zin zodanig is dat geen enkele asielzoeker daar naartoe mag worden gestuurd. Hoewel in het arrest Tarakhel gebreken werden vastgesteld omtrent de opvang van gezinnen met minderjarige kinderen, heeft Italië sedert die uitspraak opvangplaatsen speciaal gereserveerd voor onder de Dublinverordening overgedragen gezinnen. De klagers hebben daarom onvoldoende concreet aangetoond dat Italië hen niet de onder art. 3 EVRM vereiste opvang en zorg zal bieden. De klacht is kennelijk ongegrond. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | https://opmaat.sdu.nl/book/SDU_SDUJ_j_EHRC_2016_46/j_EHRC_2016_46 |
| Permalink to this page | |
