EHRM (rolnummer 39350/13: A.S. tegen Zwitserland)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | EHRC. European Human Right Cases |
| Article number | 179 |
| Volume | Issue number | 2015 | 9 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Klager is een Syrische vluchteling die na verblijf in Griekenland en Italië asiel vraagt in Zwitserland. Zwitserland wenst hem op basis van de Dublinverordening aan Italië over te dragen. Klager stelt dat dat in strijd zou komen met art. 3 en 8 EVRM vanwege de slechte leefomstandigheden in de asielzoekerscentra in Italië en omdat hij aan een ernstige posttraumatische stressstoornis (PTSS) leidt. In Zwitserland wonen twee van zijn zussen en hun morele ondersteuning is noodzakelijk voor hem om gezond te kunnen worden.
Het EHRM herhaalt onder art. 3 EVRM de eerdere jurisprudentie dat slechts in uitzonderlijke omstandigheden gezondheidsproblemen in de weg staan aan overdracht of uitzetting van vreemdelingen. Omdat in Italië opvang en medische behandeling aanwezig is, is van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden geen sprake. Onder art. 8 EVRM wijst het Hof op de uitgangspunten die het in Jeunesse t. Nederland (EHRM 3 oktober 2014, nr. 12738/10, «EHRC» 2014/262 m.nt. Den Heijer, «JV» 2014/343 m.nt. Boeles) heeft geformuleerd met betrekking tot respect voor het gezinsleven van asielzoekers, waarbij een staat niet verplicht is om een zelf genomen risico van gezinsvorming te respecteren. Zwitserland heeft een redelijke afweging gemaakt tussen het gezinsleven en het belang van openbare orde dat is gediend met het controleren van migratie. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/EHRC/2015/179 |
| Permalink to this page | |
