HR (zaaknr. 12/01159: uitleg testament; art. 4:46 BW; maatstaf; omstandigheden ten tijde van het opmaken van het testament)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Article number | 127 |
| Volume | Issue number | 2014 | 12 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Falende cassatieklachten tegen het oordeel van het hof dat eiser tot cassatie (de destijds bij testament tot enig erfgenaam benoemde broer van erflaatster) geen rechten aan het testament kan ontlenen en dat zijn vordering tegen de verweerder in cassatie (met wie erflaatster jaren later is gehuwd) tot betaling van de helft van de waarde van de (ontbonden) huwelijksgemeenschap moet worden afgewezen. Geen blijk van miskenning van de maatstaf van art. 4:46 BW geeft het oordeel van het hof dat (i) op grond van art. 4:46 BW bij de beantwoording van de vraag of de bewoordingen van een uiterste wil duidelijk zijn, dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wil regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt, dat (ii) in ieder geval de erflaatster haar ouders heeft willen onterven, dat (iii) gelet op het verweer van eiser en de bewoordingen van het partijdebat er nog geen aanleiding is om verweerder te volgen in zijn standpunt dat de erflaatster in het testament niet heeft beoogd om eiser te bevoordelen, dat (iv) verweerder echter overeenkomstig zijn bewijsaanbod zal worden toegelaten tot het bewijs van zijn stelling, dat (v) uit de getuigenverklaringen blijkt dat de erflaatster eiser uitsluitend tot erfgenaam heeft benoemd om haar ouders te onterven en bij gebreke van een alternatief, en dat (vi) het testament dan ook zo dient te worden uitgelegd dat de benoeming van eiser tot erfgenaam alleen gold voor de situatie dat er geen alternatief bestond en dus zou vervallen in een situatie waarin wel sprake zou zijn van een zodanig alternatief. Anders dan in de middelonderdelen wordt betoogd, heeft het hof daarbij uitsluitend omstandigheden ten tijde van het opmaken van het testament in aanmerking genomen en niet (tevens) omstandigheden die toen nog toekomstig waren. Voor het overige berust het oordeel van het hof op waarderingen die in cassatie alleen op begrijpelijkheid kunnen worden onderzocht.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | |
| Permalink to this page | |