HR (13/04327: Geen aftrek van aan een stichting betaalde erfpachtcanon nu de woning het vermogen van de oprichters niet heeft verlaten)

Authors
Publication date 2015
Journal BNB : Beslissingen in Belastingzaken
Article number 11
Volume | Issue number 2015 | 2
Organisations
  • Faculty of Economics and Business (FEB) - Amsterdam School of Economics Research Institute (ASE-RI)
Abstract
Belanghebbende is onder huwelijkse voorwaarden gehuwd. Hij woont samen met zijn echtgenote in een woning die haar in eigendom toebehoort. In 2004 is een stichting opgericht. Belanghebbende is daarvan enig bestuurder en zijn vier kinderen zijn certificaathouders. Eind 2004 heeft de echtgenote van belanghebbende de woning verkocht en geleverd aan de stichting voor een bedrag van € 2.750.000. Voor de koopsom is de stichting een overeenkomst van geldlening met de echtgenote aangegaan. Gelijktijdig heeft de stichting aan de echtgenote een tijdelijk recht van erfpacht en een daarvan afhankelijk recht van opstal op de woning verleend tegen een canon van € 220.000 per jaar. In geschil is of de canon als kosten van de eigen woning in aftrek kan worden toegelaten.

HR: Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende op elk gewenst moment een einde kan maken aan de gerechtigdheid van de kinderen via de certificaten (door zichzelf of zijn echtgenote daarvoor in de plaats stellen), dat de certificaathouders alleen een verwachting hebben dat zij te zijner tijd zullen beschikken over de (tegenwaarde van) de bloot eigendom van de woning, dat het economische resultaat gelijk is aan de voorheen bestaande situatie en dat de betalingen voor het recht van erfpacht en het recht van opstal in feite het vermogen van belanghebbende en zijn echtgenote niet hebben verlaten, zodat de betalingen voor het recht van erfpacht en opstal niet in aftrek kunnen worden toegelaten omdat deze niet op belanghebbende hebben gedrukt.

In deze oordelen ligt besloten dat belanghebbende en zijn echtgenote over de aan de stichting overgedragen vermogensbestanddelen konden blijven beschikken als ware het hun eigen vermogen. Deze oordelen geven geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn voor het overige feitelijk en niet onbegrijpelijk. Hiervan uitgaande is de beslissing van het Hof juist.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C86B19&cpid=WKNL-LTR-Nav2
Permalink to this page
Back