Strijd van overdrachtsbelastingheffing ter zake van onroerendezaaklichamen met Europees recht: een kans voor de notaris?

Authors
Publication date 2010
Journal FBN : Fiscale Berichten voor het Notariaat
Volume | Issue number 22 | 12
Pages (from-to) 7-9
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
In het kader van het Belastingplan 2011 wordt de regeling rond zogenoemde onroerendezaaklichamen als bedoeld in artikel 4 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet WBR) aangepakt. De Tweede Kamer heeft reeds ingestemd met het wetsvoorstel daartoe. Nu buigt de Eerste Kamer zich hierover. Deze antimisbruikbepaling wordt verder aangescherpt. Eerder dan voorheen zal sprake zijn van een onroerendezaaklichaam. Dat is al het geval indien de bezittingen van het lichaam voor meer dan 50% uit vastgoed bestaan. Thans is het percentage van deze bezitseis op 70% gesteld. De heffing van overdrachtsbelasting ter zake van deze fictieve onroerende zaken zal daarom vaker aan de orde zijn. Een kans voor de notaris doet zich in dit verband voor nu uit recente Europeesrechtelijke ontwikkelingen naar voren komt dat bij de heffing van overdrachtsbelasting ter zake van de verkrijging van deze fictieve onroerende zaken kanttekeningen kunnen worden geplaatst indien sprake is van de verkrijging van nieuw uitgegeven aandelen.
Document type Article
Language Dutch
Published at http://opmaatvoorhetnotariaat.sdu.nl/nbonline/d/gen/IMPRFBN-2010122072
Permalink to this page
Back