NJ 2024/268
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2024 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Case Number | ['C-395/21'] |
| Article number | 268 |
| Volume | Issue number | 2024 | 29 |
| Pages (from-to) | 5893-5904 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Lietuvos Aukščiausiasis Teismas (hoogste rechter in burgerlijke en in strafzaken van Litouwen) bij beslissing van 23 juni 2021.
Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Overeenkomst voor het verrichten van juridische diensten tussen een advocaat en een consument. Beoordeling van het oneerlijke karakter van contractuele bedingen. Uitsluiting van bedingen betreffende het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst. Beding dat voorziet in een advocatenhonorarium op basis van een uurtarief. Bevoegdheden van de nationale rechter wanneer een beding als ‘oneerlijk’ wordt aangemerkt. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | https://www.inview.nl/document/ide8f951da0fd44af09f4a2f51efb5ed88?ctx=WKNL_CSL_92 |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |