Opgetekend Materiële representatie aan het Haagse hof 1345-1425
| Authors | |
|---|---|
| Supervisors |
|
| Cosupervisors | |
| Award date | 07-02-2019 |
| Number of pages | 435 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In deze studie wordt voor het eerst een samenhangend beeld gegeven van de materiële cultuur aan het Haagse hof in de periode 1345 tot 1425, onder de graven van Holland, Zeeland en Henegouwen uit het Beierse huis. Objecten met voorstellingen, vooral wapentekens, werden ingezet bij de verbeelding van politieke status en ambities. De bespreking van overgeleverde en uit de Hollandse rekeningen te reconstrueren objecten fungeert als uitgangspunt, dat met de overige vermeldingen van verloren gegane objecten wordt verrijkt (deel I). Een inventarisatie van deze vermeldingen toont namelijk aan dat de materiële representatie van de graaf overwegend bestond uit vertoon van rijkdom zonder specifieke figuratieve uitwerking met een voorkeur voor edelmetalen objecten. De uitgaven voor aangekochte of in opdracht gegeven objecten werden geadministreerd in Hollandse, Henegouwse en enkele Beierse rekeningboeken. De grafelijke rekeningen blijken zeer bruikbaar als historische bron; uit een vergelijking van de verschillende administratiewijzen wordt duidelijk dat de Hollandse rekeningen de meeste mogelijkheden bieden voor kunsthistorisch onderzoek (deel II). De studie van de organisatie van de Haagse hofhouding met betrekking tot de realisatie van materiële representatie laat zien dat de graaf en gravin met, maar vooral ook zonder hun persoonlijke inmenging van luxe objecten werden voorzien. De betrokken hovelingen, kooplieden en ambachtslieden werkten veelal ad hoc samen om de consumptie ervan aan het middelgrote Haagse hof mogelijk te maken. Daarin speelden de tresorier en de door hem en zijn klerken opgetekende – uitgebreid met versieringen gedecoreerde – administratie een centrale rol (deel III).
|
| Document type | PhD thesis |
| Language | Dutch |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |