Rb. Dordrecht (rolnummer 80706/FA RK 09-7786, 80707/FA RK 09-7787, LJN BL5732: ouderschapsplan, inbreng kind)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2010 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 86 |
| Volume | Issue number | 2010 | 5 |
| Pages (from-to) | 416-418 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In deze zaak gaan partijen uit elkaar na enkele jaren een affectieve relatie te hebben gehad. Tijdens die relatie is een kind geboren. De man heeft het kind (slechts) erkend. De man verzoekt thans te bepalen dat partijen gezamenlijk het gezag zullen uitoefenen en tevens dat de minderjarige zijn hoofdverblijfplaats bij de man zal hebben. Ook legt hij bij die gelegenheid een ouderschapsplan over.
Uit het door beide partijen ondertekende ouderschapsplan blijkt dat de minderjarige - inmiddels negen jaar oud - niet is betrokken bij de totstandkoming van het ouderschapsplan. De rechtbank acht zich (niettemin) voldoende geïnformeerd om in het belang van het kind te kunnen beslissen en de zaak op de stukken af te doen. Grond daarvoor vindt de rechtbank in het gegeven dat de overeengekomen regeling overeenkomt met de reeds langer bestaande feitelijke situatie, de moeder haar feitelijke verblijfplaats in Engeland heeft en neemt daarbij tevens de ongeregelde voorgeschiedenis van partijen in aanmerking. De rechtbank beslist overeenkomstig het verzoek van de man en neemt de inhoud van het ouderschapsplan over. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatpersonenenfamilierecht.sdu.nl/link/JUR/JPF/2010/86 |
| Permalink to this page | |