NJ 2019/408
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2019 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Case Number | ['C-51/17'] |
| Article number | 408 |
| Volume | Issue number | 2019 | 46 |
| Pages (from-to) | 6749-6763 |
| Number of pages | 4 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Ítélőtábla (rechter in tweede aanleg Boedapest, Hongarije) bij beslissing van 17 januari 2017.
Bescherming van de consument. Oneerlijke bedingen. Werkingssfeer. Dwingende wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen. Begrip 'beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld’. Beding dat na de sluiting van een overeenkomst ingevolge een tussenkomst van de nationale wetgever in de overeenkomst is opgenomen. Duidelijke en begrijpelijke formulering van een beding. Ambtshalve onderzoek door de nationale rechter van de oneerlijkheid van een beding. Tussen verkoper en consument gesloten kredietovereenkomst in buitenlandse valuta. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00D27CA8&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Downloads |
Hof van Justitie 20 september 2018_zaak C-51-17_OTP Bank_noot
(Accepted author manuscript)
|
| Permalink to this page | |