HR (zaaknr. 13/01702: herinvesteringsreserve, geen toepassing ruilarresten indien boekwinst kan worden gereserveerd)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | BNB : Beslissingen in Belastingzaken |
| Article number | 176 |
| Volume | Issue number | 2014 | 16 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Op 22 november 2006 om 13.20 uur zijn de aandelen in belanghebbende alle verkocht aan E BV en F BV. G is enig aandeelhouder van E BV, D is enig aandeelhouder van F BV. De nieuwe aandeelhouders vormen vanaf het moment van levering van de aandelen het bestuur van belanghebbende. Op 22 november 2006 om 13.30 uur is de bij belanghebbende in eigendom zijnde onroerende zaak te Q aan haar voormalige aandeelhouder A geleverd. Op 23 maart 2007 heeft belanghebbende een nieuw kantoorpand te R aangeschaft. De met de verkoop van het pand te Q behaalde boekwinst heeft zij aan een herinvesteringsreserve (HIR) toegevoegd en deze vervolgens afgeboekt op de aankoopprijs van het (nieuwe) pand. De Inspecteur heeft de HIR gecorrigeerd en aan de winst van het jaar 2006 toegevoegd. Het Hof heeft - in cassatie onbestreden - geoordeeld dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit tot vervreemding van het pand te Q is genomen vóór de wijziging van het uiteindelijke belang in belanghebbende, zodat art. 15e Wet VPB 1969 vorming van een HIR verhindert. Volgens het Hof kon belanghebbende dan nog wel een beroep op de ruilarresten doen, maar naar ’s Hofs oordeel faalde dit aangezien een concreet plan bij belanghebbende tot herinvesteren op het moment van vervreemden van het pand niet aannemelijk is gemaakt.
HR: De ruilarresten zien op gevallen waarin de belastingplichtige ten tijde van de vervreemding van een activum een concreet plan heeft om in directe samenhang met de vervreemding een ander activum te verwerven dat zowel functioneel als economisch dezelfde plaats inneemt als het vervreemde activum (zie HR, BNB 2010/336*). De wetgever heeft de aan deze arresten ten grondslag liggende gedachte geabsorbeerd in de wettelijke regeling van de herinvesteringsreserve. In een geval waarin een bedrijfsmiddel is vervreemd, en de belastingplichtige een herinvesteringsreserve kan vormen, is voor toepassing van de ruilarresten dan ook geen plaats. Indien reservering heeft plaatsgevonden, moet die geacht worden te hebben plaatsgevonden met toepassing van de wettelijke bepaling. Aan belanghebbende komt in zoverre geen keuzemogelijkheid meer toe tussen toepassing van de in wet neergelegde faciliteit en toepassing van de ruilarresten. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C7360D&cpid=WKNL-LTR-Navigator |
| Permalink to this page | |