HR (zaaknr. 13/04255: interregionaal recht; art. 38 lid 3 Statuut; interregionale bevoegdheid rechter i.g.v. verzoek tot nihilstelling alimentatie; overeenkomstige toepassing IPR-bevoegdheidsrecht; voorrang verdragen en EU-verordeningen in interregionale gevallen)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Article number | 468 |
| Volume | Issue number | 2014 | 48 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Interregionaal recht; art. 38 lid 3 Statuut; interregionale bevoegdheid rechter i.g.v. verzoek tot nihilstelling alimentatie; overeenkomstige toepassing IPR-bevoegdheidsrecht; voorrang verdragen en EU-verordeningen in interregionale gevallen. Overeenkomstige toepassing Verordening (EG) nr. 4/2009 (Alimentatieverordening); art. 8 lid 1 Alimentatieverordening inzake bevoegde rechter bij wijziging alimentatiebeslissing; belangen onderhoudsgerechtigde.
Op grond van art. 38 lid 3 Statuut voor het Koninkrijk kunnen bij rijkswet regels worden gesteld omtrent privaatrechtelijke onderwerpen van interregionale aard, indien omtrent deze regels overeenstemming tussen de regeringen van de betrokken landen bestaat. Een regeling bij rijkswet van de rechterlijke bevoegdheid in privaatrechtelijke zaken van interregionale aard is tot op heden niet tot stand gebracht. Bij gebreke van een dergelijke regeling dient de rechter in het Nederlandse deel van het Koninkrijk (hierna: het Rijk in Europa) evenals de rechter in Aruba, Curaçao en Sint Maarten, zijn bevoegdheid in privaatrechtelijke zaken van interregionale aard te bepalen door zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de bevoegdheidsregels die voor hem gelden op het terrein van het internationaal privaatrecht. De rechter in het Rijk in Europa is, mede gelet op de voorrang van verdragen en EU-verordeningen ten opzichte van het nationale recht, gehouden om eerst te onderzoeken of in een geval van interregionale aard overeenkomstige toepassing kan worden gegeven aan de in verdragen en EU-verordeningen neergelegde bevoegdheidsbepalingen en indien blijkt dat dergelijke verdragsrechtelijke of Unierechtelijke bevoegdheidsbepalingen ontbreken of zich niet voor overeenkomstige toepassing lenen, dient de rechter in het Rijk in Europa zijn rechtsmacht in een geval van interregionale aard te bepalen met overeenkomstige toepassing van de art. 1-14 Rv. Onderzocht dient te worden of ten behoeve van de rechtsmacht van de rechter in het Rijk in Europa om van het verzoek tot nihilstelling van alimentatie kennis te nemen, overeenkomstige toepassing kan worden gegeven aan de bevoegdheidsbepalingen van de Alimentatieverordening (Verordening (EG) nr. 4/2009 (PbEU 2009, L 7/1)). Art. 8 lid 1 Alimentatieverordening bepaalt dat indien in een lidstaat (of in een derde staat als in die bepaling bedoeld) waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft, een beslissing inzake een onderhoudsverplichting is gegeven, de onderhoudsplichtige niet in een andere lidstaat een procedure aanhangig kan maken om die beslissing te wijzigen of een nieuwe beslissing te verkrijgen zolang de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats behoudt in de staat waar de beslissing is gegeven. Art. 8 Alimentatieverordening leent zich voor overeenkomstige toepassing in een geval van interregionale aard als het onderhavige. Er is immers geen grond om in interregionale gevallen de belangen van de onderhoudsgerechtigde op het vlak van de rechterlijke bevoegdheid minder vergaand te beschermen dan in internationale gevallen waarop art. 8 Alimentatieverordening rechtstreeks van toepassing is. Overeenkomstige toepassing van art. 8 lid 1 Alimentatieverordening leidt tot het uitgangspunt dat de rechter in het Rijk in Europa niet bevoegd is om kennis te nemen van een verzoek van de onderhoudsplichtige dat strekt tot wijziging van een beslissing inzake een onderhoudsverplichting, indien deze beslissing is gegeven door de rechter in het Caraïbische deel van het Koninkrijk waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats had toen die beslissing werd gegeven, zolang de onderhoudsgerechtigde aldaar zijn gewone verblijfplaats behoudt. Alsdan zal de onderhoudsplichtige zijn verzoek aanhangig moeten maken bij de rechter in het Caraïbische deel van het Koninkrijk die de oorspronkelijke beslissing heeft gegeven. |
| Document type | Case note |
| Note | interregionaal-privaatrecht.definitief: 156192_interregionaal-privaatrecht.definitief.docx: Alleen noot. 446094: 156543_446094.pdf: Uitspraak + noot. |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00C81C96&cpid=WKNL-LTR-Navigator |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |
