‘Vrije vervanging’ en de kwalificatievraag: duiding, positie en bruikbaarheid (Rb. Amsterdam 15 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:198, Deliveroo-II)

Authors
Publication date 03-2019
Journal Tijdschrift voor Arbeid & Onderneming
Volume | Issue number 8 | 1
Pages (from-to) 7-15
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Institute for Advanced Labour Studies (AIAS)
Abstract
De Rechtbank Amsterdam heeft inmiddels in twee verschillende zaken antwoord gegeven op de vraag of de relatie tussen Deliveroo en hun fietskoeriers dient te worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. De rechtbank heeft in de twee zaken op deze vraag echter een verschillend antwoord gegeven. Deze annotatie ziet op de tweede uitspraak van 15 januari 2019, namelijk de procedure tussen FNV en Deliveroo.

Over de vraag of een platformwerker kan (en zou moeten) worden aangemerkt als werknemer zijn op zowel nationaal als internationaal niveau verschillende artikelen verschenen. Daarbij dient meteen de kanttekening te worden gemaakt dat platformen onderling sterk kunnen verschillen, waardoor de rechtsrelatie tussen platform en platformwerker niet in zijn algemeenheid te duiden is. Bovendien speelt bij de kwalificatievraag ook een rol hoe in een concreet geval invulling is gegeven aan de overeenkomst. Over zowel de eerste als de tweede Deliveroo-uitspraak (hierna aangeduid als Deliveroo-I en Deliveroo-II) zijn reeds verschillende annotaties verschenen.

In deze annotatie richt ik mij voornamelijk op de duiding van het element ‘de verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid’ (ook wel het element ‘vrije vervanging’ genoemd), de rol die dit element speelt bij de kwalificatievraag in zowel het Nederlands als het Europees arbeidsrecht en de manier waarop dit element is toegepast in de onderhavige uitspraak. Daarbij besteed ik onder meer aandacht aan de vraag welke plaats dit element heeft in het wettelijk systeem en of deze plaats uitmaakt bij de uiteindelijke beantwoording van de kwalificatievraag. Ik sluit de annotatie af met enkele bespiegelingen omtrent de bruikbaarheid van dit element bij de toetsing ex art. 7:610 BW. Hieronder volgt om te beginnen een korte uiteenzetting van de feiten en het rechtsoordeel.
Document type Case note
Language Dutch
Published at
https://denhollander.info/artikel/15447 (Final published version)
Permalink to this page
Back