| Abstract |
In deze bijdrage, die is opgesplitst in twee delen, neemt de auteur de flexibele bv onder de loep vanuit fiscaal perspectief. In deel 2 gaat de auteur in op de fiscale aspecten van flexibele statuten en flexibele uitkeringsregels. Zijn voornaamste punt van kritiek heeft betrekking op het vlaggenschip van de flexibiliseringsoperatie, te weten de incorporatiemogelijkheid van afspraken tussen aandeelhouders. De fiscale gevolgen van dit contractuele tintje van een geflexibiliseerde bv lijken niet goed doordacht.
|