HvJ EU (rolnummer C-580/13: Coty tegen Stadtsparkasse)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | EHRC. European Human Right Cases |
| Article number | 188 |
| Volume | Issue number | 2015 | 10 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Coty is rechthebbende van een parfum. Dit parfum wordt illegaal verkocht door B via site C aan persoon D. Persoon D blijkt Coty zelf, die op deze wijze kon vaststellen dat zijn merkenrecht door B werd geschonden. Stadtsparkasse is de bank van de rekening waarop het geld is gestort. Coty schrijft C aan om de identiteit van B te achterhalen, aangezien de verkoop ging onder een pseudoniem. C werkt mee en vervolgens schrijft Coty B aan. B geeft toe de houder te zijn van het account waarmee de parfum is verkocht, maar ontkent de bewuste handeling te hebben begaan. Dus schrijft Coty de bank aan om te controleren of B ook het geld heeft ontvangen. Stadtsparkasse weigert echter en beroept zich op zijn bankgeheim. Coty stapt naar de rechter en krijgt in eerste instantie gelijk, maar wordt in hoger beroep in het ongelijk gesteld. Vervolgens stelt het Duitse federaal Hogergerechtshof een prejudiciƫle vraag aan het Hof van Justitie: "Moet art. 8, lid 3, onder e), van richtlijn 2004/48 aldus worden uitgelegd dat deze bepaling in de weg staat aan een nationale regeling die in een geval als in het hoofdgeding een bankinstelling toestaat om met een beroep op het bankgeheim te weigeren informatie als bedoeld in art. 8, lid 1, onder c), van deze richtlijn te verstrekken over de naam en het adres van een rekeninghouder?"
Het Hof van Justitie antwoordt in een vrij summiere uitspraak dat art. 8, lid 3, onder e), van Richtlijn 2004/48, waarin is vervat een bepaling omtrent de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens, aldus moet worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale bepaling als die in het hoofdgeding, op grond waarvan een bankinstelling zich onbeperkt en onvoorwaardelijk mag beroepen op het bankgeheim om niet over te gaan tot het verstrekken, uit hoofde van art. 8, lid 1, onder c), van die richtlijn, van informatie over de naam en het adres van een rekeninghouder. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/EHRC/2015/188 |
| Permalink to this page | |