Het ontstaan van de hoofse liefde: De ontwikkeling van fin’amors 1060-1230
| Authors |
|
|---|---|
| Supervisors | |
| Award date | 22-10-2010 |
| Number of pages | 304 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In de periode 500-1100 heeft 'romantische passie' nauwelijks sporen in de bronnen achtergelaten. In de twaalfde eeuw kwam daar radicaal verandering in en werd 'hoofse liefde' een van de voornaamste thema's in poëzie en literatuur. Benjo Maso probeerde om tot een bevredigendere verklaring voor deze ontwikkeling te komen dan vooralsnog is voorgesteld. Uitgangspunt is dat liefdesgevoelens in principe universeel zijn, zoals uit antropologisch materiaal blijkt. In de vroege West-Europese Middeleeuwen kwamen zij eveneens voor, maar golden voor weerbare mannen als hoogst ongewenst. In die onveilige tijden diende iedereen die wapens kon dragen zich volledig aan de bescherming en versterking van zijn clan te wijden. Liefde voor een vrouw werd pas aanvaardbaar toen de taken van families gedeeltelijk door het centrale gezag werden overgenomen. Dit bezorgde vele mannen aanzienlijk meer persoonlijke vrijheid dan voorheen. De opkomst van de hoven creëerde zelfs een situatie waarin een volledig andere levensstijl dan voorheen mogelijk werd. Daarbij werd liefde voor jonge ridders een middel waardoor zij zich konden onderscheiden, vooral omdat deze tot in details samenviel met hoofs gedrag. Het leidde ertoe dat deze houding tegenover vrouwen een integraal deel werd van het model dat later als een 'perfect gentleman' bekend zou staan.
|
| Document type | PhD thesis |
| Note | Research conducted at: Universiteit van Amsterdam |
| Language | Dutch |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |