EHRM (886/11: K.A.B. / Zweden)

Authors
Publication date 2013
Journal EHRC. European Human Right Cases
Article number 244
Volume | Issue number 2013 | 11
Pages (from-to) 2669-2679
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for International Law (ACIL)
Abstract
Klager is gevlucht uit Mogadishu, Somalië. In Zweden komt de vraag op of hij voldoende veilig kan worden teruggestuurd, waarbij niet het voornemen bestaat hem naar Mogadishu uit te zetten, maar naar Somaliland. Het Hof overweegt dat de uitzettingsmogelijkheden naar Somaliland onvoldoende zijn, nu klager geen deel uitmaakt van één van de clans die daar heersen en daar evenmin sterke familiebanden heeft. Als hij al naar Somaliland kan worden uitgezet is het waarschijnlijk dat hij van daaruit naar Mogadishu zal moeten doorreizen, waar hij vandaan komt. In Sufi en Elmi t. Verenigd Koninkrijk (EHRM 28 juni 2011, nrs. 8319/07 en 11449/07, «EHRC» 2011/125 m.nt. Den Heijer, «JV» 2011/332 m.nt. Slingenberg en Battjes) heeft het Hof aangegeven dat in Mogadishu een algemeen onveilige situatie bestaat zodat uitzetting daarheen in het geheel niet verenigbaar is met het EVRM. Het Hof overweegt echter dat de actuele omstandigheden bepalend zijn. Uit diverse landenrapporten blijkt dat de Al-Shabaab inmiddels uit Mogadishu is verdreven, dat de frontlinie uit de stad is verdwenen en dat niet meer dagelijks sprake is van bombardementen. Er is nog wel veel onveiligheid en onrust en er vallen dagelijks gewonden, ook onder burgers, maar van direct en welbewust op burgers gericht geweld is geen sprake meer. Daardoor kan niet meer worden gesproken van een algemeen onveilige situatie en moet worden gekeken naar de individuele omstandigheden van klager. Diens individuele vluchtrelaas wijst niet op omstandigheden die hem in een bijzonder onveilige situatie zullen brengen, zodat uitzetting niet in strijd zou komen met art. 2 en 3 EVRM.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/EHRC/2013/244
Permalink to this page
Back