Het IFF-arrest: het onderscheid tussen artikel 7:611 BW en artikel 7:613 BW is en blijft relevant

Open Access
Authors
Publication date 2024
Journal Arbeidsrechtelijke Annotaties
Volume | Issue number 21 | 1
Pages (from-to) 24-44
Number of pages 21
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Institute for Advanced Labour Studies (AIAS)
Abstract
Het leerstuk van de (eenzijdige) wijziging van arbeidsvoorwaarden houdt de gemoederen al lange tijd bezig. Sinds 1998 spelen vragen als: Wat is de verhouding tussen de artikelen 7:611 BW, 7:613 BW en 6:248 lid 2 BW? Hebben zij betrekking op verschillende domeinen, zoals het individuele en het collectieve? En is er een onderlinge hiƫrarchie tussen de toetsingsmaatstaf van die artikelen? Het IFF-arrest bevestigt dat de rol van artikel 6:248 lid 2 BW zeer beperkt is. Dat roept de vraag op of artikel 7:611 BW en artikel 7:613 BW in feite inwisselbaar zijn geworden. Heeft de werkgever nog wat aan een eenzijdig wijzigingsbeding? Doordat de Hoge Raad in IFF oordeelt dat artikel 7:611 BW ook op collectieve wijzigingen ziet, is dat een legitieme vraag. Toch is er voldoende dogmatisch verschil tussen artikel 7:611 BW en artikel 7:613 BW om beide artikelen te handhaven. Met name het collectieve ordeningsbelang van artikel 7:613 BW noopt daartoe.
Document type Case note
Language Dutch
Published at https://doi.org/10.5553/ArA/156866392024021001002
Downloads
Permalink to this page
Back