Hof Amsterdam (nr. 12/00024, nr. 12/00025, nr. 12/00026: Opbrengst verkoop onroerende zaken terecht in 2004 als nagekomen stakingswinst belast)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht |
| Article number | 1523 |
| Volume | Issue number | 2014 | 24 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende en zijn echtgenote exploiteren in maatschapsverband een tuinbouwbedrijf. Zij hebben in 1993 een woning bij het bedrijf laten bouwen, die ze tot hun privévermogen rekenen. Het erf en de ondergrond rekenen ze tot het ondernemingsvermogen. Op 31 december 2000 beëindigen ze de feitelijke uitoefening van het bedrijf. In 2004 verkopen ze alle onroerende zaken aan de gemeente. Evenals Rechtbank Haarlem is het hof van oordeel dat belanghebbenden ultimo 2000 reeds de intentie hadden de onroerende zaken aan de gemeente te verkopen en dat de door belanghebbende gestelde intentie tot het voor langere tijd verhuren van deze onroerende zaken niet aannemelijk is geworden. De conclusie is dat belanghebbenden de tot hun ondernemingsvermogen behorende onroerende zaken ultimo 2000 hebben aangehouden in afwachting van een geschikte gelegenheid tot verkoop ervan. De opbrengst van de verkoop is terecht als nagekomen stakingswinst in 2004 belast. In beginsel staat goed koopmansgebruik toe de boekwinst in 2003 te verantwoorden, zijnde het jaar waarin de koopovereenkomst met de gemeente is gesloten. Het is echter niet meer mogelijk om op de aanslag over 2003 van de echtgenote van belanghebbende terug te komen, nu deze is vernietigd. Belanghebbende heeft aangegeven zich daarbij uit praktisch oogpunt te willen aansluiten, zodat zijn stakingswinst ook in 2004 wordt belast.
(Hogere beroepen gegrond.) |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.ndfr.nl/link/NTFR2014-1523 |
| Permalink to this page | |