Ktr. Rotterdam (rolnr. 1353063, LJN BY6325: kennelijk onredelijk ontslag, berekening werkloosheid Arbeidsmarktresearch exacter dan die van CBS, afwijking Sociaal Plan)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | Jurisprudentie Arbeidsrecht |
| Article number | 45 |
| Volume | Issue number | 2013 | 3 |
| Pages (from-to) | 349-355 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst van de werkneemster - 50-plus, in dienst sinds 1990 als telefoniste/receptioniste - opgezegd per 1 mei 2012, omdat de functie van de werkneemster zou zijn komen te vervallen en zij niet in staat zou zijn één van de door de werkgever gecreëerde nieuwe functies te vervullen. Uit hoofde van het sociaal plan is aan de werkneemster een budget van € 2.500,= ex BTW toegekend ten behoeve van outplacement. De werkneemster heeft hiervan geen gebruikgemaakt omdat zij ziek is geworden. De werkneemster stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is, omdat het afspiegelingsbeginsel onjuist is toegepast en vanwege de gevolgen ervan.
De kantonrechter verwerpt het beroep op de onjuiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel en is ook overigens van mening dat het ontslag als zodanig niet onredelijk is. Met betrekking tot de gevolgen van het ontslag heeft de werkneemster zich beroepen op cijfers van het CBS, inhoudende dat in haar geval een werkloosheidsduur van minimaal 40 maanden is te verwachten. De werkgever beroept zich op gegevens van het bureau ArbeidsmarktResearch. Dat bureau gaat uit van een werkloosheidsduur van ongeveer 11 maanden. De kantonrechter kent aan de berekening van ArbeidsmarktResearch een zwaarder gewicht toe, nu die berekening meer op de situatie van de werkneemster is toegespitst en er rekening is gehouden met 23 variabelen, ontleend aan de specifieke situatie van de werkneemster. Anderzijds geldt op basis van de berekening van ArbeidsmarktResearch dat de kans op uitstroom naar een nieuwe baan beneden de 50% ligt. Bovendien geldt in dit geval nog dat de werkneemster, kennelijk door alle spanningen die het ontslag met zich heeft gebracht, ziek is geworden zonder dat zicht bestaat op spoedig herstel. Het sociaal plan leidt in het geval van de werkneemster tot een evident onbillijke uitkomst, nu geheel geen rekening is gehouden met de duur van de arbeidsovereenkomst, terwijl de werkneemster als enige van de zes ontslagen administratief medewerkers meer dan 20 jaar in dienst is geweest en de anderen 10 jaar of korter. Verder is geen rekening gehouden met leeftijd, terwijl de werkneemster de oudste is van de ontslagen werknemers. De kantonrechter kent vervolgens, ook rekening houdend met de financiële positie van de werkgever, een aanvulling op de WW- of ZW-uitkering toe gedurende 1,5 jaar (€ 9.250,=) en bepaalt dat de werkneemster alsnog gebruik moet mogen maken van het scholingsbudget van € 2.500,= ex BTW. NB. De berekeningswijze van ArbeidsmarktResearch is te vinden op hoelangwerkloos.nl. De duur van de werkloosheid is overigens niet de enige relevante berekeningsfactor. Van belang zijn ook de aard en ernst van de tekortkoming van de werkgever, de duur van het dienstverband, de leeftijd, arbeids(on)geschiktheid, en dergelijke. Vgl. HR, «JAR» 2010/72, Rutten/Breed. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JAR/2013/45 |
| Permalink to this page | |