De ‘derde’ en het medezeggenschapsrecht
| Authors |
|
|---|---|
| Publication date | 10-2018 |
| Journal | Tijdschrift voor Arbeid & Onderneming |
| Volume | Issue number | 7 | 3 |
| Pages (from-to) | 110-121 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) heeft betrekking op de relatie tussen de ondernemingsraad (OR) en de ondernemer (de natuurlijke- of rechtspersoon). Door toepassing van de WOR kunnen echter ook derden in hun positie worden geraakt. Zo kunnen advies- en instemmingsplichtige besluiten betrekking hebben op de relatie met een derde, bijvoorbeeld bij koopovereenkomsten, fusies en aanbestedingen. En uiteraard worden ook de (individuele) werknemers en hun vertegenwoordigers (de vakbonden) geraakt door (voorgenomen) besluiten die opgesomd zijn in de WOR. Ten aanzien van de positie van derden is nagenoeg niets geregeld in de WOR. In deze bijdrage gaan wij voor verschillende bevoegdheden in de WOR na in hoeverre derden geraakt kunnen worden en of zij bescherming genieten. Wij gaan achtereenvolgens in op art. 25 en 26 WOR (het adviesrecht), art. 27 WOR (het instemmingsrecht), art. 30 WOR (het adviesrecht ten aanzien van benoeming en ontslag van een bestuurder), art. 32 WOR (de ondernemingsovereenkomst) en art. 36 WOR (de geschillenregeling). Wij sluiten af met enkele conclusies en aanbevelingen.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | https://denhollander.info/artikel/15178 |
| Permalink to this page | |