Wat is waarheid? Basisboek wetenschapsfilosofie

Authors
Publication date 2017
ISBN
  • 9789058758880
Number of pages 319
Publisher Amsterdam: Boom
Organisations
  • Faculty of Social and Behavioural Sciences (FMG) - Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR)
Abstract
Inhoud, tevens handleiding bij dit boek

Hoofdstuk 1: Theorie

In hoofdstuk 1 wordt een verhaal van de westerse wijsbegeerte verteld met als doel te laten zien hoe de klassiek-deductieve stijl van wetenschap (van Plato en Aristoteles) na ongeveer 1100 steeds meer ter discussie werd gesteld. Al-Ghazali, Maimonides, bisschop Tempier van Parijs en Duns Scotus waren sleutelfiguren. Hun kritiek op vooral Aristoteles maakte de weg vrij voor een speculatieve manier van nadenken over de wereld, waarin de idee dat alles in de wereld noodzakelijk moet zijn wat ze is moest wijken voor een verdoorgevoerd idee van te leven een contingente wereld, die dus ook anders had kunnen zijn. Aan de hand van Descartes wordt getoond dat het voor de wijsbegeerte geen gemakkelijke opgave is geweest om de idee van natuurnoodzakelijkheid los te laten. Het speculatieve denken over de werkingen van de natuur, geconceptualiseerd in hypothetisch modellen oftewel analogieën, leidde echter tot een grote wetenschappelijke productiviteit. Een analyse van Newtons zwaartekrachtstheorie laat zien hoe weinig natuurnoodzakelijkheid er te pas kwam aan wat vaak als een van de grootste wetenschappelijke ontdekkingen aller tijden wordt gezien.

Hoofdstuk 2: Experiment

In hoofdstuk 2 krijgt de experimentele stijl van wetenschap de status die ze verdient: die van een eigenstandige rationaliteit. Daarvoor moeten we loslaten dat experimenten alleen worden uitgevoerd om theorie te testen. Dat is weliswaar mogelijk, maar de belangrijkste functie van een experiment is het produceren van een stabiel fenomeen. Het waarheidsbegrip van de experimentele stijl is in belangrijke mate procedureel. Dit hoofdstuk steunt op de analyse van het experiment van onder meer Ian Hacking, Hans Radder en Nancy Cartwright, en daarnaast diverse theoretici afkomstig uit het wat meer sociaalwetenschappelijke en antropologische wetenschapsonderzoek zoals Bruno Latour, Harry Collins en Andrew Pickering.

Hoofdstuk 3: Waarneming

In hoofdstuk 3 wordt de filosofische uitwerking van de hypothetisch-analogische stijl van wetenschap geframet vanuit de ‘waarneming’ als filosofisch vraagstuk. In het eerste deel van het hoofdstuk komen een aantal kopstukken van de moderne wijsbegeerte aan de orde: Locke, Hume, en vooral Kant. Diens ‘copernicaanse revolutie,’ die een nieuwe kijk gaf op ‘causaliteit,’ wordt besproken. In het tweede deel van het hoofdstuk komen enige van de belangrijkste twintigste-eeuwse wetenschapsfilosofen aan bod: Karl Popper, Thomas Kuhn, en nog enige anderen. Het gaat hier over theorie-gestuurde wetenschap, die echter wel feilbaar is. Verschillende manieren om om te gaan met deze feilbaarheid (falsificatie, anomalieën) komen aan bod.

Hoofdstuk 4: Data

Vooral als er veel waarnemingen zijn, en als ze zijn verkregen door meetapparatuur, spreken we meestal over ‘data,’ zeker in deze tijd van ‘big data.’ Ondanks de in hoofdstuk 3 geschetste inbedding van het waarnemen in wetenschappelijke theorie hopen veel wetenschappers in databestanden toch een objectieve natuur te ontmoeten. In de negentiende eeuw deed zich voor wat zich nu lijkt te herhalen. Destijds droeg de ‘avalanche of numbers’ bij aan de vestiging van de statistische stijl van wetenschap, en ook nu zien we in alle wetenschappen, met name in de sociale wetenschappen, een toegenomen belangstelling voor statistiek. Daarnaast lijkt de al bekende experimentele stijl zicht te geven op objectieve kennis van natuur (en samenleving). De meest opmerkelijke ontwikkeling in de negentiende eeuw betrof echter de terugkeer van de klassiek-deductieve stijl van wetenschap. Niet in de oorspronkelijke vorm van Plato en Aristoteles, maar toch voldoende verwant om van terugkeer te kunnen spreken. Het logisch-positivisme zal in deze context worden besproken. Ten slotte volgen enige verkenningen van typisch eenentwintigste-eeuwse wetenschap: informatiewetenschap en simulatiemodellen van onder meer het aardse klimaat.

Hoofdstuk 5: Tekst

Data kunnen zich op veel verschillende manieren voordoen. In de humaniora bijvoorbeeld in de vorm van ‘tekst’, of liever nog ‘teksten,’ waar een context bij wordt gezocht. Dit hoofdstuk wil tonen dat er grote verwantschap is tussen de manier waarop de beoefenaar van de humaniora de keuze van een bepaalde context verantwoorden en waarop in de rest van de wetenschappen wordt toegeredeneerd naar een hypothese die het beste bij de waarnemingen past, ook wel abductie genoemd, of inference to the best explanation. Ruim honderd jaar geleden vestigde Wilhelm Dilthey al de aandacht op de overeenkomst tussen enerzijds de hermeneutiek van de geesteswetenschappen en anderzijds ‘data-interpretatie’ zoals door de astronoom Kepler. Daarnaast bespreekt het hoofdstuk hoe hermeneutiek in twee soorten bestaat: de klassieke hermeneutiek van onder meer Dilthey en Gadamer, en de nieuwere hermeneutiek, ook deconstructie genoemd, van Derrida. Het werk van Derrida zal blijken verwant te zijn met dat van Walter Benjamin en Theodor Adorno.

Hoofdstuk 6: Maatschappij

Hoofdstuk 6 biedt een rondgang door vooral de sociologie, met als doel te laten zien dat alle zes stijlen van wetenschap ook in de sociale wetenschappen werkzaam zijn. In eerste instantie de afzonderlijke stijlen zelf: de experimentele (die in de sociale wetenschappen de vorm aanneemt van quasi-experimentele stijl), de taxonomische, oftewel op conceptvorming gerichte abstraherende stijl, en de hypothetisch-analogische. (De andere drie stijlen komen meer in het voorbijgaan aan bod). In het tweede deel van het hoofdstuk wordt verder ingezoomd op de hypothetisch-analogische stijl, aan de hand van de diverse paradigma’s die de sociologie rijk is of is geweest: het functionalisme van Durkheim, postfunctionalistische benaderingen van Luhmann en Lyotard, het ‘veld’ van Bourdieu en netwerktheorieën in diverse gedaanten, waaronder die van Latour. In dit tweede deel wordt het analogische of metaforische karakter van de verschillende paradigma’s in het centrum van de analyse gezet.

Hoofdstuk 7: Geschiedenis

In hoofdstuk 7 gaat over de evolutionair-historische stijl in, hoe kan het ook anders, de geschiedschrijving. Deze historische stijl, waarvan de conceptuele verbindingen met Darwins evolutietheorie aan bod komen, bestaat echter nog maar ruim tweehonderd jaar. Uiteraard bestaat de beoefening van de geschiedschrijving al heel veel langer. Langs enige hoogtepunten van de geschiedenis van de geschiedschrijving – Thucydides, Tacitus, Hugo de Groot, Leibniz, Edward Gibbon – zal blijken dat deze oudere vormen van geschiedschrijving thuis horen in andere stijlen van wetenschap. Vooral de klassiek-deductieve stijl is eeuwenlang toonaangevend geweest, terwijl in latere tijden geschiedschrijving werd geschreven gehoorzamend aan de ‘logica’ van de taxonomische en hypothetisch-analogische rationaliteit.

Hoofdstuk 8: Rationaliteit

Hoofdstuk 8 kan worden gezien als een heel uitvoerig nawoord bij dit boek. Kritische reacties op de stijlenbenadering zullen worden besproken. Daarnaast wordt de vraag opgeworpen waarom onder de zes verschillende stijlen de klassiek-deductieve stijl enigszins een buitenbeentje lijkt te zijn. De oorsprong van het westerse rationaliteitsbegrip zal worden besproken en er zal een vergelijking worden gemaakt met het Chinese rationaliteitsbegrip. Ten slotte zal een nog veel ruimer kader worden geboden voor een begrip van wat rationaliteit is middels de antropologie zoals ontwikkeld door Philippe Descola.
Document type Book
Note Aanwezig in universiteitsbibliotheek UvA
Language Dutch
Related publication What is Truth?
Other links https://www.boomfilosofie.nl/product/100-250_Wat-is-waarheid https://www.researchgate.net/publication/320498596_Wat_is_waarheid_Basisboek_wetenschapsfilosofie
Permalink to this page
Back