Orale leukoplakie: kliniek, consequenties en behandeling

Authors
Publication date 2014
Host editors
  • J.K.M. Aps
  • H.S. Brand
  • M. de Bruyne
  • R.J.J. van Es
  • R. Jacobs
  • A. Vissink
Book title Het tandheelkundig jaar 2015
ISBN
  • 9789036806886
Pages (from-to) 79-87
Publisher Houten: Bohn Stafleu van Loghum
Organisations
  • Faculty of Dentistry (ACTA)
Abstract
Een orale leukoplakie is een ‘overwegend witte verandering van het mondslijmvlies, die klinisch en histopathologisch niet als een andere witte afwijking kan worden gediagnosticeerd’. De incidentie van orale leukoplakie wereldwijd is ongeveer 2%. Hiervan ontaardt zo’n 1%-2% per jaar in een plaveiselcelcarcinoom. Er is een aantal factoren bekend die mogelijk een hoger risico geven op maligne ontaarding. Het betreft hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht, niet-roken, niet-homogene orale leukoplakie, een orale leukoplakie ≥ 4 cm, locatie op de laterale tongrand of de mondbodem en een hoge graad van epitheeldysplasie.

Een belangrijk onderdeel van de periodieke controle bij de tandarts is de inspectie van de slijmvliezen. Bij een witte slijmvliesafwijking in de mondholte moet de tandarts altijd nagaan of er mogelijk een oorzaak aanwezig is en of deze kan worden weggenomen. Mocht er geen mogelijke oorzaak aanwezig zijn, dan dient de patiënt meteen verwezen te worden naar de MKA-chirurg. De MKA-chirurg zal dan een biopt nemen van de witte slijmvliesafwijking en de laesie definiëren. Aan de hand van de soort afwijking zal het verdere beleid worden bepaald.
Document type Chapter
Language Dutch
Published at https://doi.org/10.1007/978-90-368-0689-3_7
Permalink to this page
Back