HR (nr. 10/01886, LJN BO5992: met aantekening in postboek is niet aannemelijk gemaakt dat bezwaarschrift ter post is bezorgd)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2010 |
| Journal | NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht |
| Article number | 2831 |
| Volume | Issue number | 2010 | 50 |
| Pages (from-to) | 43-44 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Aan belanghebbende is op 31 maart 2006 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Omdat belanghebbende niet tijdig heeft betaald, is een dwangbevel betekend waarbij betekeningskosten van € 343 zijn berekend. Belanghebbende stelt dat de betekeningskosten ten onrechte in rekening zijn gebracht, omdat hij op 5 april 2006 een bezwaarschrift heeft ingediend met daarin een verzoek om uitstel van betaling. De gemachtigde van belanghebbende wijst daartoe op een kopie van een bladzijde uit het postboek van zijn kantoor. De stukken die in het postboek staan vermeld, worden op dezelfde dag per TPG Post verzonden, aldus de gemachtigde. Volgens de Hoge Raad rust op belanghebbende de bewijslast dat het bezwaarschrift ter post is bezorgd. Het hof heeft de verzending per post van het bezwaarschrift niet aannemelijk geacht. Dit bewijsoordeel acht de Hoge Raad niet onvoldoende gemotiveerd.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010_2831 |
| Permalink to this page | |