Hulp bij zelfdoding door intimi tweede ronde
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2015 |
| Journal | Nederlands Juristenblad |
| Article number | 1626 |
| Volume | Issue number | 90 | 32 |
| Pages (from-to) | 2215-2220 |
| Number of pages | 6 |
| Organisations |
|
| Abstract |
De uitspraak van het Hof Arnhem in de zaak Heringa erkent Albert Heringa uiteindelijk toch niet als goede zoon, maar alleen als invallend onbezoldigd hulpverlener. Omdat het beroep op artikel 8 EVRM van belang is voor de juiste opvatting van het conflict van plichten waarin Albert Heringa een legitieme keuze heeft gemaakt, had het op de weg van het hof gelegen op dit beroep in te gaan. Gelukkig krijgt de Hoge Raad, naar het zich laat aanzien, in cassatie de gelegenheid om deze omissie te corrigeren. Er is nu sprake van een ongewenste mate van rechtsonzekerheid, die wel eens in strijd zou kunnen zijn met de eisen van artikel 8 lid 2 EVRM. Een rechterlijke uitspraak die de strafbaarheid van hulp zou beperken tot gevallen waarin niet vastgesteld kan worden dat de betrokkene zonder druk of manipulatie en in het volle bezit van zijn geestvermogens tot de beslissing is gekomen, zou daaraan een welkom einde maken, in overeenstemming met de erkende mensenrechten en het heersende rechtsgevoel.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | https://www.recht.nl/vakliteratuur/ie/artikel/389066/hulp-bij-zelfdoding-door-intimi-tweede-ronde/ |
| Permalink to this page | |