Hof Amsterdam (rolnummer 200.030.992, 200.045.615, LJN BL5778: bijzondere curator, echtscheidingsprocedure)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2010 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 84 |
| Volume | Issue number | 2010 | 5 |
| Pages (from-to) | 407-412 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In deze zaak zijn tussen partijen in geschil het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en eventueel de kinderalimentatie. De zaak heeft een lange voorgeschiedenis en loopt al vanaf 2007. Bij voorlopige voorziening van september 2007 heeft de rechtbank destijds besloten dat de dochter voorlopig aan de vader werd toevertrouwd en dat de zaak diende te worden aangehouden in afwachting van het resultaat van mediation tussen partijen.
In de onderhavige zaak gaat het thans om een hoger beroep van de moeder tegen de beslissing van de rechtbank van 14 januari 2009. Bij die beschikking bepaalde de rechtbank onder meer dat de dochter haar gewone verblijfplaats bij de man zou hebben en werd het recht op omgang van de moeder met de dochter voor de duur van een jaar geschorst. In hoger beroep verzoekt de moeder thans tevens een bijzondere curator over de dochter te benoemen. Door de negatieve houding van de vader ten opzichte van de moeder verkeert de dochter in een loyaliteitsconflict, aldus de moeder. Het belang van de vader is als gevolg hiervan tegenstrijdig met dat van de dochter en dat rechtvaardigt naar haar mening de benoeming van een bijzondere curator, die in dit geval het standpunt van de dochter kan verwoorden. De raad adviseert een aanvullend raadsonderzoek: de mening van de dochter speelt een belangrijke rol maar is gezien haar wisselende opstelling ten aanzien van de moeder niet eenvoudig vast te stellen. Het hof acht zich niet voldoende geïnformeerd om te kunnen beslissen en gelast daarom inderdaad een aanvullend raadsonderzoek. Ook honoreert het hof het verzoek van de moeder tot benoeming van een bijzondere curator. Aan het noodzakelijkheidscriterium van art. 1:250 BW is hier voldaan: er is sprake van een hevige strijd tussen partijen, die al drie jaar duurt. Het kind bevindt zich als gevolg daarvan in een loyaliteitsconflict en kan moeilijk haar eigen mening bepalen. Het hof bepaalt dat de zaak zal worden voortgezet op 15 juni 2010. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatpersonenenfamilierecht.sdu.nl/link/JUR/JPF/2010/84 |
| Permalink to this page | |