Hopf Symmetry and its breaking; Braid Statistics and Confinement in Planar Physics
| Authors | |
|---|---|
| Supervisors | |
| Award date | 22-09-2002 |
| Number of pages | 141 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Dit proefschrift gaat over symmetrie en statistiek. Bij symmetrie
moeten we hier denken aan symmetrieen van de natuurwetten, zoals translatiesymmetrie; de natuurwetten zijn hier hetzelfde als een eind verderop. Bij statistiek gaat het om zgn. topologische wisselwerkingen tussen deeltjes in het systeem. Deze hebben een grote invloed op het ``gemiddelde'' gedrag van grote aantallen van zulke deeltjes en dus op de manier waarop wij het systeem ervaren. In driedimensionale systemen begrijpen we statistiek en symmetrie vrij goed. Er zijn twee typen elementaire deeltjes, bosonen en fermionen, die verschillen in hun topologische interacties. Door dit verschil zijn fermionische systemen (bv. een tennisbal) een stuk "tastbaarder" dan bosonische (bv. een lichtstraal). In twee dimensies ligt het heel anders: zowel symmetrie als statistiek bieden daar meer mogelijkheden. In dit proefschrift bestudeer ik deze mogelijkheden aan de hand van twee concrete systemen: Een quantum-Hall-systeem is een tweedimensionale vloeistof van elektronen. Deze vloeistoffen worden in het laboratorium gemaakt bij extreem lage temperaturen en sterke magneetvelden en ze vertonen ``belletjes'' die allerlei interessante eigenschappen hebben (ze zijn bijvoorbeeld bosonisch noch fermionisch). Ik laat zien dat de topologische interacties tussen deze belletjes (hun zgn. ``vlechtgedrag'') handig kunnen worden beschreven met behulp van Hopf algebra's. IJktheorieen vormen de basis voor ons begrip van elementaire deeltjes, zoals quarks, de bouwstenen van protonen en neutronen. Quarks hebben de eigenschap dat ze niet van elkaar losgetrokken kunnen worden. Dit fenomeen noemen we quarkopsluiting. Het precies beschrijven van quarkopsluiting blijkt in het algemeen erg moeilijk. De tweedimensionale ijktheorieen die wij bestuderen hebben echter een Hopf-symmetrie die dit toch mogelijk maakt. Het blijkt dat de opsluiting samenhangt met de breking van deze Hopf-symmetrie, ongeveer zoals kristalvorming samenhangt met de breking van translatiesymmetrie. Het breken van Hopf-symmetrie was nog onontgonnen terrein en wij ontwikkelen hier een wiskundig formalisme voor. Met behulp daarvan beschrijven we de verschillende ``fasen'' van de theorie, met hun al dan niet opgesloten deeltjes. |
| Document type | PhD thesis |
| Note | Research conducted at: Universiteit van Amsterdam |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |