HR (zaaknr. 09/05141: LJN BO7116: ouderlijk gezag: internationale bevoegdheid; Brussel IIbis-Verordening; ambtshalve beoordeling in hoger beroep; perpetuatio fori-beginsel)

Authors
Publication date 2012
Journal Nederlandse Jurisprudentie
Article number 333
Volume | Issue number 2012 | 25
Pages (from-to) 3664-3675
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
Tegen het verzoek van de vader tot onder meer wijziging van het ouderlijk gezag heeft de moeder het verweer gevoerd dat de Nederlandse rechter onbevoegd is, omdat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats niet (meer) in Nederland heeft. De rechtbank heeft dit verweer verworpen. Het hof heeft overwogen dat in hoger beroep geen grief is aangevoerd tegen het oordeel van de rechtbank dat de minderjarige ten tijde van het indienen van het verzoekschrift in eerste aanleg zijn gewone verblijfplaats in Nederland had. Naar het oordeel van het hof kan een latere wijziging van omstandigheden in beginsel geen afbreuk doen aan de hierop gebaseerde bevoegdheid in verband met het perpetuatio fori-beginsel.
De klachten, die verband houden met de vaststelling van de verblijfplaats van de minderjarige, falen. Het hof was ook bij de (ambtshalve) beoordeling van zijn (internationale) bevoegdheid gebonden aan het in hoger beroep niet bestreden oordeel van de rechtbank over de verblijfplaats van de minderjarige ten tijde van het indienen van het inleidend verzoek. Het oordeel van het hof dat latere wijzigingen in de verblijfplaats van de minderjarige aan de eenmaal terecht aangenomen bevoegdheid van de Nederlandse rechter niet kunnen afdoen, is juist.
Document type Case note
Language Dutch
Downloads
hosseini-2.docx (Accepted author manuscript)
Permalink to this page
Back