HR (zaaknr. 11/00482, LJN BW9844: thincap-regeling; begrippen ‘rente’ en ‘gemiddeld vreemd vermogen’; geen discriminatie houdster- en financieringsmaatschappij)

Authors
Publication date 2012
Journal Fiscaal Tijdschrift FED
Article number 113
Volume | Issue number 2012 | 22
Pages (from-to) 16-20
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
Onder het begrip rente in art. 10d lid 1art. 10d lid 1, van de Wet moet worden verstaan de rente verschuldigd op de door de belastingplichtige ingeleende gelden en niet het saldo van die rente en de rente op uitgeleende gelden. In art. 10d lid 4art. 10d lid 4 tweede volzin van de wet is bepaald dat voor de toepassing van het eerste lid van die bepaling in verbinding met de eerste volzin van dat vierde lid onder vreemd vermogen slechts verstaan moet worden het saldo van de verschuldigde geldleningen en de uitstaande geldleningen.
Geen strijd met het discriminatieverbod van art. 14art. 14 EVRM en art. 26art. 26 IVBPR, omdat in het licht van de bedoeling van de wetgever de gevallen van een houdstermaatschappij en een houdster- en financieringsmaatschappij geen gelijke gevallen zijn.
Een wettelijke regeling die alleen de relaties binnen een groep van vennootschappen betreft, raakt hoofdzakelijk de vrijheid van vestiging en moet exclusief aan deze vrijheid worden getoetst.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00B9C8BB&cpid=WKNL-LTR-Navigator
Permalink to this page
Back