HR (zaaknr. 11/05503: Afwikkeling nalatenschap; taken en bevoegdheden bij testament aangewezen executeur en afwikkelingsbewindvoerder; toepasselijk recht op ‘afwikkeling’ nalatenschap; omvat begrip ‘afwikkeling’ de verdeling? Cassatieberoep tegen deelarrest; ontvankelijkheid. Toelating als gevoegde partij in hoger beroep; maatstaf)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2014 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Article number | 58 |
| Volume | Issue number | 2014 | 7 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Indien in een uitspraak door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde een einde wordt gemaakt aan de instantie, dan is in zoverre sprake van een einduitspraak. Indien een partij tegen dat deel van de uitspraak wenst op te komen moet hij aanstonds beroep instellen. De beginselen van een goede procesorde (waaronder het concentratiebeginsel) brengen mee dat dan ook klachten kunnen worden gericht tegen het gedeelte van de uitspraak dat geen einduitspraak behelst, mits het gaat om een beslissing tussen dezelfde partijen en niet uitsluitend klachten worden gericht tegen de gedeelten die geen einduitspraak inhouden.
Het oordeel van het hof dat de persoon die in zijn hoedanigheid van executeur en afwikkelingsbewindvoerder partij is geweest in de procedure bij de rechtbank doch die niet in het hoger beroep is betrokken, in verband met zijn positie bij de afwikkeling van de nalatenschap een voldoende belang tot voeging heeft in verband met het antwoord op de vraag welk recht op die afwikkeling van toepassing is, geeft geen blijk van miskenning van de maatstaf van art. 217 Rv. Het middel komt op tegen het oordeel van het hof dat Nederlands recht van toepassing is op de afwikkeling van de nalatenschap, waaronder de verdeling daarvan, en op de taken en bevoegdheden van de executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte heeft bepaald dat de verdeling van de nalatenschap onder de afwikkeling daarvan zou vallen, en betoogt dat de taken van de bij testament aangewezen executeur en afwikkelingsbewindvoerder zich uitsluitend mogen uitstrekken tot de afwikkeling van de nalatenschap en niet tot de verdeling daarvan. Deze klachten falen. Het woord ‘afwikkeling’ heeft geen specifieke juridische betekenis, doch dient ertoe de feitelijke afhandeling van een nalatenschap aan te duiden. Het hof kon in dit geval zonder schending van enige rechtsregel de verdeling daaronder begrijpen. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | |
| Permalink to this page | |