NJ 2026/155
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2026 |
| Journal | Nederlandse Jurisprudentie |
| Case Number | ['C-580/23 ', ' C-795/23'] |
| Article number | 155 |
| Volume | Issue number | 2026 | 18 |
| Pages (from-to) | 3353-3367 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Svea hovrätt, Patent- och marknadsöverdomstol (rechter in tweede aanleg Stockholm, in zijn hoedanigheid van rechter in tweede aanleg voor industriële-eigendomszaken en handelszaken, Zweden) (C‑580/23) en het Bundesgerichtshof (hoogste federale rechter in burgerlijke en strafzaken, Duitsland) (C‑795/23) bij beslissingen van respectievelijk 20 september 2023 en 21 december 2023.
Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij. Reproductierecht. Begrip ‘werk’. Auteursrechtelijke bescherming van werken van toegepaste kunst. Onderzoek van de oorspronkelijkheid van een voorwerp van toegepaste kunst. Begrip ‘vrije en creatieve keuzen’. Criteria voor de beoordeling van die keuzen. Beoordeling van een inbreuk op uitsluitende rechten. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at |
https://www.inview.nl/document/id9ada2ddbde0147c195094e7da01b4143?ctx=WKNL_CSL_92
(Final published version)
|
| Downloads |
NJ_2026_155
(Final published version)
|
| Permalink to this page | |