De positie van de zekerheidsgerechtigde
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2021 |
| Host editors |
|
| Book title | De WHOA van wet naar recht |
| ISBN |
|
| Series | Recht en praktijk - Insolventierecht, InsR18 |
| Chapter | 10 |
| Pages (from-to) | 173-186 |
| Number of pages | 15 |
| Publisher | Deventer: Wolters Kluwer |
| Organisations |
|
| Abstract |
De pand- of hypotheekhouder (hierna: zekerheidsgerechtigde) heeft een comfortabele positie in de Nederlandse faillissementsprocedure. De zekerheidsgerechtigde heeft voorrang op de meeste andere schuldeisers ten aanzien van de waarde van het onderpand en kan gedurende het faillissement haar rechten uitoefenen, ook zonder medewerking van de curator (art. 57 lid 1 Fw). Wat is de positie van de zekerheidsgerechtigde in de nieuwe dwangakkoordprocedure waarin de WHOA voorziet? Beginpunt is dat de zekerheidsgerechtigde niet slechter af is dan in faillissement, zie art. 384 lid 3 Fw (de vermogensvergelijking), waarmee dus recht op de waarde van het onderpand bestaat, behoudens de uitzondering van hoger gerangschikte schuldeisers. Daarmee is echter niet alles gezegd. Dit hoofdstuk behandelt de vragen hoe die waarde van het onderpand dient te worden vastgesteld, in welke vorm recht bestaat op die waarde en welke procedurele positie de zekerheidsgerechtigde heeft binnen de dwangakkoordprocedure.
|
| Document type | Chapter |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00D652A7&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Permalink to this page | |