EHRM (42337/12: Suso Musa / Malta)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | EHRC. European Human Right Cases |
| Article number | 221 |
| Volume | Issue number | 2013 | 10 |
| Pages (from-to) | 2401-2423 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Klager is als bootvluchteling uit Sierra Leone Malta binnengekomen en is meteen gedetineerd met het oog op uitzetting, nog voor hij een asielverzoek had ingediend. Hij heeft de behandeling van zijn asielverzoek in detentie moeten afwachten, hetgeen ruim een jaar duurde. Het Hof stelt onder verwijzing naar eerdere uitspraken vast dat de beschikbare rechtsmiddelen in dit geval niet toereikend waren om de detentie effectief en voldoende snel te laten toetsen; schending art. 5 lid 4 EVRM. Met betrekking tot art. 5 lid 1f EVRM verwijst het Hof naar zijn eerdere oordeel in Saadi (Saadi t. Verenigd Koninkrijk, EHRM 11 juli 2006, nr. 13229/03, «EHRC» 2006/117 m.nt. Woltjer, «JV» 2006/312 m.nt. Vermeulen), waarin het vaststelde dat detentie mogelijk is zolang een vreemdeling nog geen geautoriseerd verblijf heeft. Hieruit mag volgens het Hof echter niet worden afgeleid dat verdragspartijen personen zonder meer mogen detineren zolang hun asielverzoeken nog aanhangig zijn. Of dat mag, is afhankelijk van het nationale recht. Op grond van art. 53 EVRM mogen staten immers vrijwillig meer bescherming bieden, bijvoorbeeld door aan te geven dat klagers geautoriseerd verblijf hebben zodra zij een asielverzoek hebben ingediend. Als dat het geval is, kan detentie geen grond vinden in art. 5 lid 1f EVRM. In dit geval is het lastig om te bepalen of het Maltese recht zo’n autorisatie verleende, nu de regelgeving inconsistent, vaag en tegenstrijdig is. Ook wijst het Hof op enkele ‘odd practices’. Het Hof benadrukt verder dat de detentieomstandigheden zeer problematisch zijn in het licht van de CPT-vereisten en acht dit des te ernstiger omdat het hier niet gaat om veroordeelde criminelen, maar om asielzoekers. De periode van detentie was bovendien bijzonder lang en niet gericht op concrete uitzetting. De detentie was daarmee in strijd met art. 5 lid 1f EVRM. Informatie over de redenen voor detentie is wel verstrekt in een boekje, maar zonder de precieze rechtsbasis aan te duiden; dat was echter ook niet nodig. Geen schending van art. 5 lid 2 EVRM.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/EHRC/2013/221 |
| Permalink to this page | |
