Hof Amsterdam (rolnr. 200.100.968/01: verspilling goederen der gemeenschap, afstand verjaring ereschuld)

Authors
Publication date 2014
Journal Jurisprudentie personen- en familierecht
Article number 89
Volume | Issue number 2014 | 5
Pages (from-to) 504-509
Organisations
  • Faculty of Law (FdR)
Abstract
De man was lang voor de huwelijkssluiting schulden aangegaan bij zijn familie, waarvan zijn vrouw niet op de hoogte was. Rond de echtscheiding vorderen de familieleden voldoening van de schulden. Aangezien de vorderingen al meer dan 20 jaren daarvoor zijn aangegaan zouden zij zijn verjaard, maar de man wil daar geen beroep op doen.

Aangezien de schulden in de gemeenschap vallen, heeft dit ook gevolgen voor de vrouw nu zij op grond van art. 1:102 BW (oud) ook voor de helft aansprakelijk wordt voor die schulden na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap en daarvoor verhaal genomen kan worden op haar gehele vermogen. In casu was dit gevaar voor de vrouw al afgewend omdat er geen hoger beroep was ingesteld tegen de vaststelling van de rechtbank dat de vrouw zich wel op verjaring van die schulden kon beroepen. In hoger beroep gaat het daarom vooral om de vordering van de vrouw tot veroordeling van de man tot vergoeding aan de huwelijksgemeenschap van een bedrag ter grootte van de toegewezen vorderingen op grond van art. 1:164 BW wegens benadeling van de huwelijksgemeenschap.

Het hof overweegt dienaangaande:

De man stelt dat hij ervoor gekozen heeft geen beroep op de verjaring te doen omdat het voor hem om een ereschuld gaat. Zo dit al het geval is, gaat dit karakter van de schulden naar het oordeel van het hof alleen de man aan, nu het schulden aan uitsluitend zijn eigen familieleden betreft. Bij de keuze die de man heeft gemaakt, spelen evenwel niet alleen zijn eigen belangen een rol, maar ook die van de vrouw, nu die keuze tot gevolg heeft dat de vorderingen van de familie in weerwil van de voltooiing van de verjaringstermijn op de gehele huwelijksgemeenschap, derhalve ook het aandeel van de vrouw daarin, kunnen worden verhaald. Het had dan ook op de weg van de man gelegen om, alvorens in deze procedure eerst verstek te laten gaan en vervolgens de vorderingen van de familie te erkennen en een beroep op verjaring achterwege te laten, instemming daarvoor van de vrouw te verkrijgen, hetgeen hij heeft nagelaten. Evenmin heeft hij de vrouw aangeboden de betaling van de schuld aan de familieleden op zich te nemen en ervoor te zullen zorgen dat de genoemde vorderingen niet worden verhaald op haar aandeel in de huwelijksgemeenschap. Gelet hierop en op de overige hiervoor beschreven feiten en omstandigheden is het handelen van de man naar het oordeel van het hof gelijk te stellen aan het verspillen van goederen van de gemeenschap waardoor de gemeenschap is benadeeld. Het hof ziet daarom - nu partijen in het bestreden vonnis over en weer in het ongelijk zijn gesteld - geen aanleiding het vonnis te vernietigen voor zover daarin is bepaald dat de proceskosten worden gecompenseerd. Het hof zal de man, als de in hoger beroep geheel in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de kosten van deze procedure.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2014/89
Permalink to this page
Back