HR (nr. 13/00281: bij beroep tegen niet tijdig beslissen (art. 6:12 Awb) mocht zitting niet achterwege blijven)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht |
| Article number | 2385 |
| Volume | Issue number | 2013 | 50 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Tegen het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar heeft belanghebbende beroep ingesteld bij Rechtbank Breda. De rechtbank heeft op het beroep beslist zonder partijen uit te nodigen voor de zitting. De Hoge Raad acht dit onjuist. De rechtbank heeft de ontvankelijkheid van het beroep namelijk terecht getoetst aan de termijnlimiet van art. 6:12 Awb. In dat kader moest de vraag worden beantwoord of het beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit onredelijk laat is ingediend. De beantwoording daarvan is afhankelijk van omstandigheden waarop licht kan worden geworpen door de uitleg die belanghebbende geeft omtrent de oorzaak van de late indiening van het beroepschrift. De rechtbank mocht derhalve niet afzien van een zitting. De rechtbank dient, zoals het hof had geoordeeld, een nieuwe beslissing op beroep te nemen.
|
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.ndfr.nl/link/NTFR2013-2385 |
| Permalink to this page | |