Rb. Breda (nr. 08/05274, LJN BL6160: lening aan dochter was op tijdstip aangaan zakelijk)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2010 |
| Journal | NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht |
| Article number | 1003 |
| Volume | Issue number | 2010 | 17 |
| Pages (from-to) | 34-36 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Belanghebbende heeft leningen verstrekt aan haar dochtermaatschappij Y bv. Deze dochtermaatschappij heeft op haar beurt de bedragen doorgeleend aan niet-gelieerde vennootschappen in Turkije. Bij de door belanghebbende aan Y bv verstrekte leningen zijn geen zekerheden verstrekt, wel is van 2001 tot en met 2003 rente betaald aan belanghebbende. In het onderhavige jaar is door belanghebbende de vordering op Y bv ten laste van het resultaat afgewaardeerd tot nihil.
In geschil is of de leningen terecht zijn afgewaardeerd en of de leningen op zakelijke gronden zijn verstrekt. De rechtbank oordeelt dat bij de beoordeling of een lening op zakelijke gronden is verstrekt de omstandigheden op het moment van verstrekken beslissend zijn. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de leningen van Y bv aan de niet-gelieerde vennootschappen zakelijk zijn. Niet valt in te zien waarom de leningen van belanghebbende aan Y bv niet zakelijk zouden zijn. De rechtbank acht een rentemarge van 2% niet onzakelijk laag. Dat geen schriftelijke overeenkomst is verstrekt en geen zekerheden zijn gesteld maakt de lening niet onzakelijk. |
| Document type | Case note |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010_1003 |
| Permalink to this page | |