Flexibele arbeid en de gevolgen voor relatie- en gezinsvorming Eindrapportage

Open Access
Authors
Publication date 2017
Number of pages 55
Publisher Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek
Organisations
  • Faculty of Social and Behavioural Sciences (FMG) - Amsterdam Institute for Social Science Research (AISSR)
Abstract
In dit rapport wordt het onderzoek naar de relatie tussen flexibele arbeid en de relatie- en gezinsvorming gepresenteerd.

De informatie over de arbeidsmarktpositie is verkregen uit de Enquête Beroepsbevolking (EBB). De EBB maakt het mogelijk om onderscheid te maken tussen werknemers met een vaste en een flexibele arbeidsrelatie en zelfstandigen met en zonder personeel. Deze informatie is gekoppeld aan het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden (SSB) waarmee demografische transities tot aan een jaar na de EBB-peiling konden worden vastgelegd.
Ten behoeve van een trendanalyse is de verrijking met demografische transities tot 12 maanden na de EBB peiling voor een reeks van jaren (2003–2015) uitgevoerd. Met behulp van logistische regressiemodellen zijn de kansen geschat dat 1. alleenstaande mannen en vrouwen gingen samenwonen, 2. dat paren gingen trouwen, en 3. dat paren hun eerste, tweede of derde kind kregen. Bij de analyse hebben wij ons beperkt tot die groepen die tot de relevante populatie (alleenstaanden, ongehuwde paren, kinderloze paren, paren met één kind etc.) behoren.

Uit de analyses blijkt dat het vooral laagopgeleide mannen en middelbaar opgeleide vrouwen zijn die een negatief effect van arbeidsonzekerheid ondervinden bij de kansen om te gaan samenwonen. Eenmaal samenwonend, is het vooral de onzekere positie van de man die negatief samenhangt met de transitie naar trouwen. Als het aankomt op de overgang naar het eerste ouderschap, lijkt vooral de arbeidspositie van de vrouw een rol te
spelen. Eenmaal moeder, is er geen effect meer van arbeidsonzekerheid op de kansen op een tweede en een derde kind. Het zijn voornamelijk hoger opgeleide vrouwen met een voltijd-flexbaan die een kleinere kans lopen om moeder te worden. Voor hoger opgeleide vrouwen geldt dat flexibele arbeid geen belemmering is voor een vaste relatie, maar wel voor gezinsvorming. Lager opgeleide vrouwen met een deeltijd-flexbaan werden een jaar later daarentegen relatief vaak moeder. Flexibilisering lijkt dus uiteenlopende gevolgen te
hebben voor de levenslopen van lager- en hoger opgeleiden. Op basis van de trendanalyse oncluderen we dat de gevonden verbanden niet sterker noch zwakker werden tussen 2003 en 2015.
Document type Report
Language Dutch
Published at https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/39/flexibele-arbeid-en-relatie-en-gezinsvorming
Downloads
2017CVB13 Flexibele arbeid (2) (Final published version)
Permalink to this page
Back