Hoge Raad (Verknochtheid: smartengeld waarmee perceel is aangeschaft)
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 2009 |
| Journal | Jurisprudentie personen- en familierecht |
| Article number | 22 |
| Volume | Issue number | 2009 | 2 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In het kader van de afwikkeling van een finaal als-of-beding rijst de vraag of het perceel grond waarop de latere echtelijke woning is gebouwd, dat is aangeschaft met een aan de vrouw uitgekeerde smartengelduitkering, buiten de verrekening moet blijven, omdat het bij het bestaan van een huwelijksgemeenschap buiten de gemeenschap zou zijn gebleven.
De Hoge Raad oordeelt dat het mede van de maatschappelijke opvattingen afhangt of een goed dusdanig is verknocht, dat het buiten de gemeenschap blijft. Daaruit vloeit voort dat niet ieder goed dat in de plaats treedt van een verknocht goed, eveneens op dezelfde wijze als een aan een van de echtgenoten verknocht goed kan worden beschouwd. Degene die zich op verknochtheid van goederen beroept, dient te stellen op grond waarvan daarvan sprake is. Anders dan namens de vrouw is aangevoerd, kan niet op grond van de redelijkheid en billijkheid worden aangenomen dat in een geval als het onderhavige hetgeen door wederbelegging van een geldsom, die naar in cassatie veronderstellenderwijs moet worden aangenomen, strekte tot vergoeding van immateriƫle schade, is verkregen, eveneens verknocht is. De vrouw zou - als er een wettelijke gemeenschap zou zijn - wel een nominaal recht van reprise hebben gehad. Dat betekent dat dit bedrag in casu buiten de verrekening moet blijven. |
| Document type | Case note |
| Note | LJN BD6054;data resp. 13-02-2008 ( LJN BC4531, nr. 24), 17-10-2008 (LJN BE9080, nr. 23) en 26-09-2008 (LJN BF2295, nr. 22) |
| Published at | http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/JPF/2009/22 |
| Permalink to this page | |