Rb. Zeeland-West Brabant (nr. 11/3899, nr. 11/03898, nr. 11/03440: Kosten aankoop immaterieel actief kunnen deels aan vaste inrichting worden toegerekend)

Authors
Publication date 2015
Journal NTFR. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Article number 525
Volume | Issue number 2015 | 5
Pages (from-to) 38-45
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for Tax Law (ACTL)
Abstract
Belanghebbende is per 1 januari 2002 de moedermaatschappij van een fiscale eenheid. In 1996 heeft belanghebbende het vruchtgebruik op een immaterieel activum verworven. Het betreft het recht om het ‘System’ voor vijftien jaar commercieel te exploiteren. Uit hoofde van het vruchtgebruik heeft belanghebbende overeenkomsten gesloten met (groeps)maatschappijen, waarin deze maatschappijen gebruik kunnen maken van het ‘System’ tegen betaling van een franchise fee. Belanghebbende heeft onder meer met haar Nederlandse werkmaatschappij een franchiseovereenkomst gesloten om het System te gebruiken voor de Nederlandse markt. Deze werkmaatschappij is sinds 1999 ook actief op de Spaanse markt middels een vaste inrichting. Ten behoeve van de Spaanse activiteiten heeft de vaste inrichting een afzonderlijke overeenkomst gesloten met belanghebbende ter zake van het gebruik van het System. De Spaanse vaste inrichting lijdt elk jaar verlies.
De rechtbank oordeelt dat het arrest Sara Creek (HR 4 juni 1986, nr. 23.614) ook geldt voor interne royalty’s. Ook interne royaltybetalingen tussen vennootschappen en vaste inrichtingen zijn niet zichtbaar bij de berekening van de winst van de fiscale eenheid. Het arrest Sara Creek geldt nog steeds, aldus de rechtbank. Art. 15ac, lid 5, Wet VPB 1969 is volgens de rechtbank niet van toepassing omdat die bepaling enkel geldt voor financieringskosten en niet voor royalty’s. Ook de internationale ontwikkelingen waren in de onderhavige periode nog niet zover dat met een interne royalty tussen hoofdhuis en een vaste inrichting rekening gehouden moet worden. Dit is voor latere jaren mogelijk anders, maar die jaren liggen in deze procedure niet voor.
Echter, het neemt niet weg dat belanghebbende zelf kosten heeft gemaakt voor de aankoop van het vruchtgebruik. Deze kosten lopen wel door de verlies- en winstrekening van de fiscale eenheid. Voor zover de kosten zijn gemaakt ten behoeve van de vi, zijn de kosten wel toe te rekenen aan de vi. De rechtbank sluit voor een verdeelsleutel aan bij de omzet die per land verhoudingsgewijs wordt gemaakt.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-525
Permalink to this page
Back