De earnings-strippingbepaling en de per-elementbenadering. Een Europeesrechtelijk analyse; noodzaak of anathema voor de interne markt?
| Authors |
|
|---|---|
| Publication date | 30-08-2018 |
| Journal | Weekblad voor Fiscaal Recht |
| Article number | 153 |
| Volume | Issue number | 147 | 7521 |
| Pages (from-to) | 1064-1073 |
| Number of pages | 10 |
| Organisations |
|
| Abstract |
In deze bijdrage wordt ingegaan op het Wetsvoorstel fiscale eenheid en de in te voeren earnings-strippingbepaling. Gelet op de door de staatssecretaris in het Wetsvoorstel spoedreparatie fiscale eenheid gekozen ‘veilige’ benadering, zou de indruk kunnen ontstaan dat de wetgever — in zijn streven om een eventuele Europeesrechtelijke strijdigheid boven alles uit te sluiten — de earnings-strippingbepaling ook zal willen toepassen ‘als ware er geen fiscale eenheid’. Dit zou grote gevolgen hebben voor het Nederlandse bedrijfsleven. In deze bijdrage betogen de auteurs dat het Unierecht niet tot de conclusie dwingt dat de earnings-strippingbepaling moet worden toegevoegd aan de lijst met bepalingen waarvoor de fiscale eenheid tijdens haar bestaan moet worden genegeerd. De reden hiervan is dat de bepaling ‘territoriaal’ is vormgegeven: er wordt aangesloten bij het belastbare ebitda, waarbij vrijgestelde ebitda (‘niet onderworpen’ ebitda) via de deelnemingsvrijstelling of objectvrijstelling wordt gecorrigeerd. Een dergelijke territoriaal systeem is volgens de auteurs ook overigens in overeenstemming met het (primaire) Unierecht.
|
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00D0988A&cpid=WKNL-LTR-Nav2 |
| Permalink to this page | |