De zekerheid van een goede administratie
| Authors |
|
|---|---|
| Publication date | 2013 |
| Journal | Tijdschrift voor Formeel Belastingrecht |
| Volume | Issue number | 14 | 6/7 |
| Pages (from-to) | 19-25 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Het fiscale begrip administratie heeft de laatste jaren, mede door de introductie van horizontaal toezicht, veel aandacht gekregen in de fiscale literatuur en uitvoeringspraktijk. Veel van die aandacht gaat uit naar het deel van de administratie dat zich laat duiden als het Tax Control Framework (hierna: TCF). Een van de aspecten die hierbij aan de orde komen, is de zekerheid die de administratieplichtige kan ontlenen aan een adequate administratie respectievelijk TCF. In de discussie in de vakliteratuur en de uitvoeringspraktijk wordt gepleit voor een nieuwe, verdergaande, zekerheid die aan een adequate administratie zou moeten worden verbonden. Van der Enden en Oenema bijvoorbeeld bepleiten een aangepast toezichtsysteem dat zij gereguleerde zelfcontrole noemen. De kern van het voorgestelde systeem is dat de fiscus de aangifte niet meer controleert als het administratieve beheersingssysteem/TCF van een administratieplichtige aan te formuleren voorwaarden voldoet.
In deze bijdrage schetsen wij met name de samenhang tussen de administratie ex art. 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR), het administratieve beheersingssysteem en een (fiscale) aangifte. Hierin belichten wij mede het aspect rechtszekerheid vanuit het perspectief van de administratieplichtige enerzijds en de Belastingdienst als toezichthouder anderzijds. Op basis van de door ons geschetste samenhang plaatsen wij kritische principiƫle en praktische kanttekeningen bij sympathiek ogende voorstellen in de denkrichting zoals onder meer Van der Enden en Oenema voor ogen staan. |
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.ndfr.nl/link/TFB2013_06_06 |
| Permalink to this page | |