| Abstract |
In zijn beschikking van 11 december 2009 maakt de Hoge Raad duidelijk dat ontbinding tijdens de opzegtermijn alleen maar kan als een gewichtige reden bestaat om de arbeidsovereenkomst eerder dan op de dag waartegen is opgezegd, te beëindigen. De ontbindingsvergoeding moet dan worden bepaald zonder daarbij de omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst eindigt te betrekken, want die omstandigheid kan de werknemer aan de rechter voorleggen in een procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag. Hoe zich dit verhoudt tot de zogenaamde exclusieve werking van de ontbindingsvergoeding is onduidelijk.
|