Representativiteit van vakbonden is niet alleen een kwestie van leden
| Authors | |
|---|---|
| Publication date | 03-2019 |
| Journal | Tijdschrift voor Arbeid & Onderneming |
| Volume | Issue number | 8 | 1 |
| Pages (from-to) | 20- 25 |
| Organisations |
|
| Abstract |
You win some, you lose some. FNV won in 2017 een procedure tegen Transavia over de toepasselijkheid van de nieuwe cao voor het grondpersoneel die Transavia zonder FNV had afgesloten. De Kantonrechter Haarlem oordeelde dat deze nieuwe cao ondanks het bestaan van een dynamisch incorporatiebeding, niet gold voor leden van FNV omdat de vakbonden die hadden onderhandeld met Transavia onvoldoende representatief waren voor het grondpersoneel van Transavia. In de zomer van 2018 waren de rollen volledig omgedraaid toen FNV via de rechter toelating tot het overleg over een nieuwe cao voor het cabinepersoneel bij Transavia hoopte af te dwingen. Volgens de kantonrechter was FNV onder het cabinepersoneel niet representatief genoeg en mocht Transavia daarom FNV weigeren toe te laten aan de onderhandelingstafel. Vaste lijn in de rechtspraak is dat bij het cao-overleg de onderhandelings- en contractsvrijheid van partijen voorop staat, maar dat vakbonden die – kortgezegd – een groot aantal werknemers vertegenwoordigen en representatiever zijn dan andere (wel toegelaten) vakbonden, in beginsel recht hebben op toelating tot het cao-overleg. In deze bijdrage behandel ik twee vragen die deze spelregel oproept. Allereerst de vraag of de beoordeling van de mate van representativiteit van een organisatie alleen een kwestie van leden is en voorts de vraag hoe deze spelregel moet worden toegepast wanneer een categorale vakbond (dat wil zeggen een vakbond die de belangen van een bepaalde groep werkenden behartigt) toelating tot het cao-overleg vordert. Met het oog op de afnemende organisatiegraad van vakbonden behoeft de keuze voor behandeling van de eerste vraag geen toelichting, dunkt me. Behandeling van de tweede vraag is wellicht wat minder voor de hand liggend, maar niet minder belangrijk. Uit onderzoek dat ik de afgelopen jaren deed naar de representativiteit van vakbonden blijkt dat rechters heel verschillend omgaan met een vordering tot de toelating van het cao-overleg van een categorale bond. Tegen de achtergrond van een toenemend aantal categoraal georganiseerde vakbonden, is het interessant te bezien op welke gronden rechters vorderingen van categorale vakbonden tot toelating tot het cao-overleg soms wel en soms juist niet toewijzen. |
| Document type | Article |
| Language | Dutch |
| Published at | https://denhollander.info/artikel/15449 |
| Permalink to this page | |