De lange weg naar werk: beleid voor langdurig uitkeringsgerechtigden in de WW en de WWB
| Authors |
|
|---|---|
| Publication date | 2008 |
| ISBN |
|
| Series | SEO-rapport, 2007-82 |
| Number of pages | 130 |
| Publisher | Den Haag: Raad voor Werk en Inkomen |
| Organisations |
|
| Abstract |
Langdurig uitkeringsgerechtigden in de WW en de WWB hebben een aanzienlijk lagere uitstroomkans uit de uitkering dan de nieuwe instroom. De dalende kans om weer aan het werk te komen wordt deels veroorzaakt doordat degenen met een hoge kans op werk eerder uitstromen uit de uitkering (dit noemen we het selectie-effect). De groep langdurig uitkeringsgerechtigden bestaat daarom zowel bij de WW als de WWB uit ouderen en mensen zonder startkwalificatie. In de WW zijn ook mensen met een partner en mensen met een samenloop met een arbeidsongeschiktheidsuitkering oververtegenwoordigd. Allochtonen hebben (gecorrigeerd voor andere kenmerken) een lagere kans op werk, maar doordat zij relatief jong zijn is hun uitstroomkans per saldo toch hoger dan van autochtonen. Hun aandeel in de groep langdurig uitkeringsgerechtigden is daardoor kleiner dan in de nieuwe instroom.
Een tweede reden waarom de kans op werk van langdurig uitkeringsgerechtigden lager is dan van de nieuwe instroom is dat langdurige werkloosheid zelf leidt tot een vermindering van de kansen op de arbeidsmarkt onder ander doordat de productiviteit na een periode van werkloosheid vermindert. Voor de WW’ers zijn trajecten ingezet in het eerste jaar gemiddeld minder effectief dan trajecten die zijn ingezet in het tweede jaar. Voor WWB’ers is dit andersom. De kans op een traject is het grootst in het eerste jaar na instroom. Voor mensen met een WWB-uitkering is de kans op een traject het grootst in het eerste halfjaar na instroom, terwijl bij mensen met een WW-uitkering de kans het grootst is in het tweede half jaar na instroom. Na het eerste jaar daalt de kans op een traject snel. Voor mensen met een WWB-uitkering is het een goede keuze trajecten zo snel mogelijk in te zetten. Voor hen is de effectiviteit van trajecten in het eerste jaar het grootst. Voor WW’ers is het een goede keuze om trajecten niet gelijk in te zetten, maar de inzet zou nog later kunnen omdat de effectiviteit van trajecten hoger is in het tweede jaar na instroom. |
| Document type | Report |
| Language | Dutch |
| Published at | http://www.seo.nl/binaries/publicaties/rapporten/2007/2007_82.pdf |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |