EHRM (60367/10: S.H.H. / Verenigd Koninkrijk)

Authors
Publication date 2013
Journal EHRC. European Human Right Cases
Article number 87
Volume | Issue number 2013 | 4
Pages (from-to) 918-929
Organisations
  • Faculty of Law (FdR) - Amsterdam Center for International Law (ACIL)
Abstract
Klager is een Afghaanse asielzoeker die een geamputeerd been heeft en een aantal andere verwondingen vanwege een raketaanval. Zijn asielverzoek wordt door het Verenigd Koninkrijk afgewezen. Volgens klager levert zijn uitzetting een risico onder art. 3 EVRM op omdat mensen met een handicap in Afghanistan sneller blootstaan aan geweld en bovendien de leefomstandigheden zodanig zijn dat die onder de grens van art. 3 EVRM vallen.

Het Hof stelt voorop dat humanitaire omstandigheden in het land van herkomst alleen een uitzettingsbelemmering kunnen opleveren als zij werkelijk duidelijk onder de grens van art. 3 EVRM vallen. In dit geval is niet aangevoerd en zeker niet bewezen dat de algehele veiligheidssituatie in Afghanistan zodanig is dat daardoor uitzetting niet mogelijk is. In dit geval is er bovendien geen concreet veiligheidsrisico aangetoond, ook niet voor mensen met een handicap. De zaak is anders dan M.S.S. omdat het daar ging om een EVRM-staat met een positieve verplichting om voor redelijke leefcondities te zorgen; hier gaat het om uitzetting naar een andere staat die een dergelijke positieve verplichting niet heeft en dus ook niet gehouden kan worden om goede zorg te bieden. De zaak wijkt ook af van Sufi & Elmi, nu in Somaliƫ de humanitaire situatie een heel andere is dan die in Afghanistan; in Afghanistan zijn in ieder geval hulpdiensten actief en er is een infrastructuur die een betere levensstandaard kan borgen. Bovendien heeft klager niet aannemelijk gemaakt dat hij niet kan terugvallen op hulp van zijn familie. Art. 3 EVRM staat dus niet aan terugzending in de weg.
Document type Case note
Language Dutch
Published at http://opmaatnieuw.sdu.nl/link/JUR/EHRC/2013/87
Permalink to this page
Back