Klaagbrieven en gemeentelijk ingrijpen Amsterdam 1865-1920
| Authors | |
|---|---|
| Supervisors | |
| Award date | 05-06-1987 |
| ISBN |
|
| Series | Publikatiereeks Sociologisch Instituut Universiteit van Amsterdam |
| Number of pages | 208 |
| Organisations |
|
| Abstract |
Aan het eind van de negentiende eeuw breidde de gemeentelijke bemoeienis zich in Amsterdam over steeds meer terreinen uit. Die overheidsbemoeienis is niet alleen als disciplinering van bovenaf te bekijken. Burgers hebben er ook zelf om gevraagd, vanuit wat zij zagen als eigenbelang en als ‘algemeen belang’. In klaagbrieven aan de gemeente Amsterdam verzochten zij om gemeentelijk ingrijpen. Om onpersoonlijke regels die ongewenste ontmoetingen in de tram konden reguleren, om voorzieningen op het gebied van de publieke hygiëne, en om maatregelen die medeburgers konden ‘beschaven’ ofwel op afstand houden Statusverschillen, statusonzekerheid en statusangst waren daarbij belangrijke motieven.
De brieven waarop het onderzoek is gebaseerd waren voor een deel gericht aan de Gemeente Tram, voor een deel aan de Gezondheidscommissie. Zowel in het openbaar vervoer als in kwesties van publieke hygiëne deden zich tussen burgers uit verschillende sociale lagen wrijvingen voor die typisch waren voor de industrialisatie en verstedelijking rondom de eeuwwisseling. De sociale gelaagdheid was sterk in beweging, de verticale mobiliteit werd groter en deze veroorzaakte onzekerheid over de eigen maatschappelijke positie. Burgers gingen een scherper onderscheid maken tussen openbare en intieme aspecten van het menselijk leven, en in hun streven naar ruimtelijke en sociale distantie maakten ze gebruik van de gemeente. De roep om overheidsbemoeienis, die vooral burgers uit de middenklassen in klaagbrieven en rekesten lieten horen, maakt zichtbaar welke kwesties burgers als gemeentelijke verantwoordelijkheid zagen en hoe ze hun aanspraken verdedigden. |
| Document type | PhD thesis |
| Language | English |
| Downloads | |
| Permalink to this page | |