Authors
P.T. de Beer
Eelco de Jong
Date (dd-mm-yyyy)
2016-03
Title
Prognose van het voorzieningengebruik in 2040
Publication Year
2016-03
Number of pages
24
Publisher
AmsterdamUniversity of Amsterdam, Amsterdam Institute for Advanced labour Studies (AIAS)
Document type
Working paper
Faculty
Faculty of Law (FdR)
Institute
Amsterdam Institute for Advanced Labour Studies (AIAS)
Abstract
Hoofdpunten

Het effect van de demografische ontwikkeling en de verhoging van de AOW-leeftijd op het voorzieningengebruik door de beroepsbevolking in de komende 25 jaar zal beperkt zijn.

In een basisscenario, waarin alleen rekening wordt gehouden met de demografische ontwikkeling en niet met veranderingen in de arbeidsparticipatie en de verhoging van de AOW-leeftijd, zal de bevolking tot 65 jaar in 2040 ruim een kwart miljoen (16%) minder uitkeringen ontvangen dan in 2014. Deze daling zal overigens pas na 2025 inzetten en is een gevolg van het feit dat de omvangrijke babyboomgeneratie, die op oudere leeftijd relatief veel gebruik maakt van uitkeringen, dan geheel met pensioen is.

In een meer realistisch scenario wordt rekening gehouden met de verhoging van de AOW-leeftijd en veranderingen in de arbeidsdeelname. De AOW-leeftijd zal de komende jaren stapsgewijs worden verhoogd tot 67 jaar in 2021 en daarna worden gekoppeld aan de levensverwachting. Dit betekent dat de AOW-leeftijd in 2040 vermoedelijk 69 jaar en 3 maanden zal bedragen. Voor de ontwikkeling van de arbeidsparticipatie wordt in dit scenario uitgegaan van een prognose van het CPB uit 2014. In deze prognose neemt de arbeidsdeelname van vrouwen in alle leeftijdscategorie├źn licht toe en stijgt de arbeidsdeelname van ouderen fors.

Door de verhoging van de AOW-leeftijd groeit zowel de bevolking onder de AOW-leeftijd als de totale werkzame bevolking nog tot 2022, maar daarna beginnen deze licht te dalen. Doordat ouderen een groter beroep doen op de WW en de WIA/WAO dan jongeren, stijgt het gebruik van deze uitkeringen aanvankelijk. Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen stijgt tot 2027 met 16% ten opzichte van 2014, maar neemt daarna weer af. In 2040 is het aantal van deze uitkeringen nog 11% hoger dan in 2014. Het aantal Wajong-uitkeringen neemt in dit scenario fors af, met 22% in 2040, terwijl het aantal bijstandsuitkeringen met 9% daalt. Het totale aantal uitkeringen zal in 2025 naar verwachting 9% lager liggen dan in 2014. Uitgedrukt in procenten van de bevolking tussen 15 jaar en de AOW-leeftijd daalt het aantal uitkeringen van 15,1% in 2014 naar 13,6% in 2040.

In een alternatief scenario wordt het aantal WIA- en WAO-uitkeringen berekend op basis van het saldo van de instroom in en de uitstroom uit deze regelingen. Dit blijkt nauwelijks invloed te hebben op de uitkomsten van de prognose.

De prognoses zijn gebaseerd op ongewijzigd beleid, waarbij de gevolgen van de laatste beleidswijzigingen, in het bijzonder de verkorting van de WW-duur en de invoering van de Participatiewet, nog niet zijn meegenomen omdat daarover nog geen cijfers beschikbaar zijn. Waarschijnlijk zullen deze recente wijzigingen leiden tot een kleiner beroep op de sociale zekerheid.

De conclusie kan dus luiden dat de demografische ontwikkeling en de verhoging van de AOW-leeftijd per saldo niet zullen leiden tot een groter gebruik van sociale voorzieningen door de bevolking onder de AOW-leeftijd.
Note
Beer, P.T. de, Jong, E. de (2016). Prognose van het voorzieningengebruik in 2040. Universiteit van Amsterdam, AIAS Working Paper 163.
Permalink
https://hdl.handle.net/11245.1/beda16d7-7587-4e63-9393-ebfb7912bd07