The UvA-LINKER will give you a range of other options to find the full text of a publication (including a direct link to the full-text if it is located on another database on the internet).
De UvA-LINKER biedt mogelijkheden om een publicatie elders te vinden (inclusief een directe link naar de publicatie online als deze beschikbaar is in een database op het internet).

Search results

Record: oai:ARNO:320410

AuthorsR. Aalbers, B. Baarsma, J. Poort, M. de Nooij
TitleBuitenlandse activiteiten: waar ligt de grens: achtergrond notitie
PublisherSEO
PlaceAmsterdam
Year2007
Pages43
ISBN9789067334013
Title seriesSEO-rapport
Series number993
FacultyFaculty of Economics and Business
Institute/dept.FEB: Amsterdam School of Economics Research Institute (ASE-RI)
AbstractDeze achtergrondnotitie heeft bijgedragen aan het debat in de Eerste en Tweede Kamer om over te gaan tot gedwongen splitsing van de elektriciteitsbedrijven (het zogeheten groepsverbod), door vanuit een economische invalshoek de relatie te onderzoeken tussen “buitenlandse activiteiten en grensoverschrijdende allianties” en “het onafhankelijke netbeheer”. Daarbij komen onder meer de vragen aan de orde wat onder buitenlandse activiteiten zou kunnen worden verstaan, en onder welke voorwaarden deze wel of niet het onafhankelijk netbeheer in gevaar kunnen brengen.

De belangrijkste conclusies zijn:

Met het privatiseringsverbod, het beleningsverbod en andere reeds bestaande regelgeving, is het risico vrijwel uitgesloten dat het onafhankelijke en publieke beheer van de elektriciteitsnetten in gevaar komt als gevolg van buitenlandse activiteiten. Het inperken van deze activiteiten biedt daarom nagenoeg geen extra zekerheden, maar brengt wel kosten met zich mee.
Alleen via een rechterlijke uitspraak volgend op een faillissement lijkt een dergelijk scenario denkbaar. Maar dit risico, hoe beperkt ook, wordt nauwelijks verder teruggebracht door buitenlandse of branchevreemde activiteiten te verbieden of te beperken. De kans dat een energiebedrijf failliet gaat, is namelijk van veel meer factoren afhankelijk dan van de activiteiten die dat energiebedrijf onderneemt. De belangrijkste daarvan zijn: de risico’s van het innemen van posities op de grondstoffenmarkten, de gevolgen van mislukte overnames en de betaalde overnamesom.
Inperking van de aard van de activiteiten tot branche-eigen activiteiten of binnenlandse activiteiten leidt niet noodzakelijkerwijs tot een afname van het (faillissements)risico van het energiebedrijf en creëert daarom schijnzekerheid met betrekking tot de vervreemding van de netten. Dergelijke risico’s zijn – ook voor de politiek – zeer moeilijk in te schatten. Tot slot dient bedacht te worden ook de huidige activiteiten zodanig risicovol kunnen worden ingevuld dat de kans aanwezig is dat een energiebedrijf failliet gaat.
Document typeReport
Document finderUvA-Linker