|
CODE VERDRINGT DEMOCRATIE
Het
begin van 2003 is een goed moment voor debat over de toekomst
van het Internet. Het is twintig jaar geleden dat ‘Technologies
of freedom’, van Ithiel de Sola Pool verscheen. Pool schetst
daarin een accuraat toekomstbeeld van de dilemma’s rond
vrijheid en techniek en waarschuwt nadrukkelijk: It would
be dire if the laws we make today governing the dominant
mode of information handling in such an information society
were subversive of its freedom.
Een fenomeen dat nu aandacht
verdient is de vervanging van regelgeving door techniek,
door Lessig Code as Law gedoopt. Dit biedt ongekende mogelijkheden
voor doeltreffende regulering maar roept vragen op omtrent
de democratische legitimatie van beslissingen over de communicatiegrondrechten.
Een
voorbeeld vormen de democratisch tot stand gekomen normen
met betrekking tot de grenzen van de vrijheid van meningsuiting.
Die normen zijn sterk lokaal bepaald. Wat in het ene land
gezien mag worden, is elders taboe. Vanaf het uitbreken
van de informatierevolutie is gewaarschuwd voor de grensgeschillen
die dit kan opleveren. Internationale harmonisatie kan zorgen
voor tijdelijke vrede maar kan ook leiden tot vermindering
van vrijheid voor iedereen of voor dominantie van de normen
van de machtigste landen. Filtering wordt door sommigen
gezien als dé oplossing voor handhaving van grenzen
op Internet. Het stimuleren of zelfs verplichten van het
gebruik van filtersoftware kan voor overheden een veel efficienter
censuurmiddel opleveren dan de traditionele verbodsactie
wegens een strafbare uiting. Maar door het geheimhouden
van de filteringsoftware blijft onduidelijk welke informatie
op welke gronden wordt uitgesloten.
Code
as code heeft ook gevolgen voor de persoonlijke levenssfeer.
Elektronische opsporing is grotendeels omgeven met de waarborgen
die horen bij het traditionele strafonderzoek. De voorwaarden
die worden gesteld aan schending van het briefgeheim zijn
langzaam vertaald naar aftappen en meer 'geavanceerde'
vormen van surveillance. De grens tussen opsporing en privacy is
niet statisch maar verandert naar gelang de behoeften van
de samenleving. Toch is er met de komst van spyware en andere
in software gevatte opsporingsmiddelen een meer drastische
verandering op til. Als de afweging over het gebruik van
een controlemiddel aan democratische controle wordt onttrokken
is het voor burgers onmogelijk de rechter te laten toetsen
en is evenwichtigheid niet meer gegarandeerd.
Een
van de normdoelen van het auteursrecht is het stimuleren
van de schepping van werken. Nadat het auteursrechtelijk
systeem door de komst van het ‘elektronisch vergiet’ onder
druk is komen te staan richt de regulering zich steeds meer
op technische bescherming en het voorkomen van omzeiling
daarvan. De beperkingen van het auteursrecht die mede tot
doel hebben de vrijheid van meningsuiting te beschermen
lijken er in de techniek bekaaid vanaf te komen. Als toegang
tot informatie wordt geweigerd komt geen rechter meer toe
aan de vraag of een beperking al dan niet gerechtvaardigd
is.
Dominantie
op bepaalde softwaremarkten zorgt er tenslotte voor dat
de schrijvers van programmatuur - de zogenoemde code writers
- een beslissende invloed hebben op de informatiehuishouding
van alle burgers. Bij gebrek aan open source normen onttrekt
de architectuur van het Internet zich aan inzicht of controle
door de gebruikers, hetgeen de feitelijke controle over
deze infrastructuur in handen van een handvol bedrijven
legt.
Deze
voorbeelden hebben alle gemeen dat de kennis over en de
invloed op belangrijke beslissingen omtrent onze communicatie
beperkt zijn. Komend jaar zal het debat mijns inziens moeten
gaan over de vraag hoe de transparantie van de techniek
vergroot kan worden. Pas als de controle over de software
gedemocratiseerd is, kunnen burgers en overheden de strijd
aangaan over de grenzen van de communicatiegrondrechten.
De vijand van de vrijheid is niet (alleen) de regulering
van techniek maar de substitutie van regulering dóór
techniek.
[L.F. Asscher,
9 januari 2003]
|